Algemeen Handelsblad, 3 september 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het aanmelden bij de politie door vreemdelingen

De Minister van Justitie maakt, in aansluiting aan de in het "Buitengewoon Politieblad" van 30 Aug. 1920, voorkomende mededeeling, zooals deze nader aangevuld is in het "Alg. Politieblad" van 18 Nov. 1920, bekend, dat krachtens gemeenschappelijk met den Minister van Buitelandsche Zaken genomen beslissing de in voormelde mededeelingen bedoelde faciliteiten omtrent aanmelding bij de politie, met 15 dezer toepasselijk zullen zijn op onderdanen van die Staten, wier regeering door de Nederlandsche regeering is erkend. Volgens mededeeling van den Minister van Buitenlandsche Zaken zijn niet erkend de regeeringen van Sovjet-Rusland, de republiek Oekraïne, Lithauen, de republiek Georgië, de republiek Azerbeidjen en Armenië. Mitsdien zullen alle vreemdelingen, behalve die van voormelde nationaliteiten van af den voormelden datum van de verplichting tot aanmelding bij de politie in het algemeen zijn vrijgesteld, zoolang hun verblijf in Nederland één maand of korter duurt. De vrijstelling zal vervallen, zoodra het verblijf den duur van een maand overschrijdt, terwijl indien voor een vreemdeling een uitzondering wordt gemaakt, bij het visum de volgende aanteekening wordt opgenomen: "Moet zich binnen twee maal 24 uur hij de politie melden, in welk geval dus een verlenging van den thans bestaanden termijn van aanmelding met 24 uur plaats heeft."

Van bovenbedoelde faciliteiten zijn uitgesloten de vreemde mijnwerkers en in het algemeen in het mijnbedrijf werkzame arbeiders van vreemde nationaliteiten.

Colofon