Algemeen Handelsblad, 3 juni 1922
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De wreedheden in Klein-Azië

LONDEN, 2 Juni. (N.T.A., draadloos.) Dr. Mark Ward, chirurg bij de Amerikaansche relief-organisatie voor het Nabije Oosten, die, tegelijk met majoor Yowell en twee vrouwelijke leden van zijn gezelschap uit Karpoet in Klein-Azië was ontvoerd, is te Parijs aangekomen op zijn doorreis naar Amerika.

In een interview zeide dr. Ward, dat de laatste maanden 20,000 Grieksche vluchtelingen door Karpoet zijn getrokken, die waren gedeporteerd uit Pontus, vanuit de streek langs de Zwarte Zee en vanuit de gebieden achter het Grieksch-Turksche front. De vluchtelingen worden gedreven naar de hooge bergstreken, waar de dood, hetzij door uitmoording, hetzij door verhongering, hen wacht. Tal van hen gaan naar de bergen in Bitlis en Van waar de Russen in 1916 hun invallen deden. In die streek zijn alle dorpen vernield, zoodat de vluchtelingen er voedsel noch onderkomen kunnen vinden. Ook zijzelf zijn ervan overtuigd, dat ze ten doode zijn gedoemd. Het is volkomen duidelijk, dat de Kemalisten besloten hebben, zich van de christelijke minderheden, zoowel Grieken als Armeniërs, te ontdoen. Verscheidene ambtenaren hebben mij verklaard, dat zij, zoodra zij gereed zijn met de Grieken, de Armeniërs, die de bloedbaden van 1915 hebben overleefd, denzelfden weg zullen laten gaan. Wanneer dan de geallieerden de Kemalisten aan de tafel des vredes ontmoeten en de kwestie ter sprake komt van de garanties voor die minderheden, zullen de Kemalisten aantoonen, dat er geen minderheden meer bestaan, waarvoor garanties zouden moeten worden gegeven. Zij willen in hun land van die christelijke minderheden af. Een snel optreden is noodzakelijk, wil men die ongelukkigen nog redden.

Colofon