Algemeen Handelsblad, 3 december 1881
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Telegrammen

KONSTANTINOPEL, 30 Nov. (Times). De Patriarch van Rumenië heeft weder zijn ontslag ingediend, en dezen keer schijnt het ernstiger gemeend te zijn dan bij vroegere gelegenheden, daar hij het nu aan de Porte heeft aangeboden en niet zooals vroeger aan de Armenische nationale vergadering. Mgr. Nerses heeft, sinds het einde van den Russischen oorlog, getracht door buitenlandschen diplomatieken druk op het Turksch gouvernement, concessiën voor zijn landgenooten te verkrijgen. Zijne pogingen in deze richting zijn echter in die mate zonder gevolg geweest, dat er zich nu onder de Armeniërs een sterke partij heeft gevormd, welke gelooft, dat men een poging in het werk moet stellen, om tot een rechtstreeksche overeenkomst met de Porte te geraken en wel buiten de vreemde mogendheden om. Dit is natuurlijk juist de wensch der Porte en het is dan ook zeer waarschijnlijk, dat het aangeboden ontslag aangenomen zal worden. Door dit nieuwe stelsel van rechtreeksche onderhandeling zullen de mogendheden zeker hare houding eenigszins te wijzigen hebben. Daar zij tot nu toe in half-officieele betrekkingen tot den patriarch stonden, werden zij natuurlijk beschouwd als de voorvechters voor de Armenische zaak, doch wanneer deze half-officieele betrekkingen worden afgebroken, zullen zij grooter vrijheid hebben om te handelen en daar zij ook minder verdacht zullen worden van geheime staatkundige oogmerken, kunnen zij gemakkelijker aandringen op de wettelijke uitvoering van art. 61 van het Berlijnsche verdrag. Dit artikel (eene reproductie van art. 16 van het verdrag van San Stefano), was zeer zeker ingelascht ter gunste van de Armeniërs, doch nadere onderzoekingen hebben aan het licht gebracht, dat de volkeren van anderen landaard in deze provinciën bijna evenzeer behoefte hebben aan de voorgestelde hervormingen. Elk voorstel tot hervorming, door een vreemde mogendheid gedaan, is natuurlijk onaangenaam voor een Sultan, die de tusschenkomst op elk gebied tracht te verhinderen, doch diplomatieke vertoogen, die zich ten doel stellen het lot der geheele bevolking, zoowel dat van den Muzelman als van den Christen, te verbeteren, hebben toch zeker meer kans verhoord te worden, dan die ten voordeele van eene enkele Christen-bevolking, welke van staatkundige bijoogmerken verdacht wordt gehouden.

Colofon