Algemeen Handelsblad, 29 februari 1924
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het Britsche Rijk

Uit het Hoogerhuis

Het vredesverdrag van Lausanne

LONDEN, 28 Febr. (Draadloos.) Lord Parmoor stelde in het Hoogerhuis de tweede lezing voor van de wet tot het ten uitvoer leggen van het vredesverdrag te Lausanne tusschen Britannië en Turkije gesloten. Hij zeide, dat door deze wet elf verschillende conventies en protocollen, te Lausanne geteekend, en een conventie en een protocol, te Parijs geteekend, bekrachtigd werden. De wet was afkomstig van de vorige regeering en van een meester in zijn vak, lord Curzon.

Curzon zeide, dat door dit verdrag een eind werd gemaakt aan een langdurigen, vernielenden en noodlottigen oorlog tusschen Turkije en de geallieerde mogendheden. Hij gaf een uiteenzetting van het verdrag en van zijn gevolgen en voegde er bij, dat er zekere aspecten in de Turksche politiek waren, die hij betreurde. Een er van was het optreden der Turken ten aanzien van Grieken, Armeniërs en Mohammedanen en een andere zaak waarbij Turkije onberaden handelde was het denkbeeld, dat het 't kon stellen zonder financieelen en economischen steun van Europa. Dit was het laatste der vredesverdragen, die de deur dicht deden achter den grooten oorlog. De hemel was op het oogenblik helder. Hij kon niet zonder een zweem van trots zeggen, dat als er op dit oogenblik één land was, dat hoog in aanzien en achting stond bij Turkije, het Engeland was. Hij tartte ieder dit tegen te spreken en deed een beroep op zijn landgenooten om zich er op toe te leggen hun ouden vriend en vroegeren bondgenoot Turkije te helpen bij de moeilijkheden waarvoor het stond.

De wet werd in tweede lezing aangenomen.

Colofon