Algemeen Handelsblad, 28 april 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armenië klaagt

Een correspondent van de "Morning Post" heeft een onderhoud gehad met dr. Khatissian, den president, tevens minister van buitenlandsche zaken, der Armeensche Republiek, die gedurende tien jaren onder Turksch bestuur de stad Tiflis beheerde. De president, die in de hoofdstad Erivan woont, beklaagde zich in bittere bewoordingen over de behandeling die Armenië, niet alleen van zijn naburen, maar ook van de groote mogendheden, inzonderheid Engeland, ondervindt.

"Armenië is nog steeds blootgesteld aan alle moeilijkheden, die haar het verleden hebben verbitterd, maar thans zijn de moeilijkheden nog grooter, nog ernstiger dan vroeger. We staan bloot aan aanvallen van alle zijden.

We hebben te strijden met de Tartaren van Azerbajan, en de Turken langs onze grenzen en in ons gebied.

Wat ons van den vrede afhoudt, is het feit, dat geen der beloften ons door de geallieerden gedaan, gehouden zijn.

De Opperste Raad beloofde ons van wapenen te zullen voorzien.

Een maand geleden kwam een Engelsch kolonel tot dat doeleinde in ons land. Er gebeurt niets.

De Engelschen verkochten aeroplanes aan Georgië.

Wij vroegen, ons één te leveren. De Engelsche generaal was heel vriendelijk, doch raadde ons aan er maar liever een in Europa te koopen.

We kochten een aeroplaan te Parijs; het vliegtuig kwam te Batoem aan en nu weigeren de Engelsche autoriteiten in Konstantinopel het door te laten.

Waarom, dat weten we niet.

We moeten de Tartaren, de Turken en de Koerden bevechten en nu verschijnen de bolsjewiki ook nog op het tooneel.

De president had een woord van hulde voor de hulp, door Amerika geboden"

Colofon