Algemeen Handelsblad, 28 januari 1897
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Sultan en Armeniërs

Sultan Abdoel Hamid heeft behoudens enkele wijzigingen van ondergeschikten aard, goedgunstig beschikt op het verzoekschrift dat de Armenische patriarch had aangeboden. Dit stuk omvat de volgende punten:

Vrijstelling voor één jaar van de belasting op het niet vervullen van den militairen dienst.

Het beschikbaarstellen van groote voorschotten tegen matige renten.

Verstrekking van zaaikoren uit de gouvernementspakhuizen aan de landbouwende Armeniërs.

Vergoeding der kosten voor den herbouw van de verwoeste scholen in de landbouwdistricten.

Het weder in dienst nemen van de ontslagen Armenische beambten en bedienden.

Toekenning van een som van 2000 Turksche ponden aan het patriarchaat om in de eerste behoeften te voorzien.

Benoeming van Armenische Mouavims, die met zorg gekozen moeten worden door de commissie tot het aanwijzen van nieuwe ambtenaren in alle vilayets.

De onmiddellijke indienststelling van Armenische gendarmen en politie-agenten te bevelen, opdat hun geloofsgenooten kunnen zien dat deze hervorming is ingevoerd.

Den Turkschen nieuwsbladen te gelasten zich te onthouden van aanvallen op Armeniërs en niet meer van dezen te spreken als revolutionairen en roovers.

Eerbiediging der oude voorrechten van het patriarchaat, daaronder zijn recht van jurisdictie over de geestelijken, die beschuldigd worden van misdrijven.

Toelating van Armeniërs in militaire en andere scholen. Benoeming van Tapu-commissies (waarin ook Armeniërs, verkozen door hun districtgenooten, zitting zullen hebben) tot het onderzoek naar de eigendommen die geplunderd of verwoest zijn bij de jongste onlusten, opdat de rechthebbenden weder in het genot van hun bezittingen worden gesteld.

Door proclamaties door het geheele land bekend te maken dat alle tot den Islam bekeerden vrij zijn om terug te keeren tot het geloof hunner vaderen en dat de door de Koerden medegevoerde vrouwen en meisjes vrij huiswaarts kunnen gaan.

Colofon