Algemeen Handelsblad, 27 augustus 1881
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Amsterdam, Vrijdag 26 Augustus

Volgens de Turquie zal lord Dufferin, Engeland's ambassadeur bij de Porte, onmiddellijk na afloop van het Bairamfeest op afdoende regeling van het vraagstuk der hervormingen in Armenië aandringen. Derhalve zal alsdan art. 61 van het Berlijnsche verdrag in behandeling komen en gaan wij in de Oostersche quaestie eene nieuwe phase te gemoet, welke stellig tot genoeg gewrijf aanleiding zal geven, maar ten slotte toch wel op vreedzame wijze naar den wensch der mogendheden zal geregeld worden. Wanneer men den loop der gebeurtenissen nagaat treft het de aandacht dat Engeland, telkens wanneer eene nieuwe bepaling van het Berlijnsche verdrag tot uitvoering moet komen, van andere diplomatieke krachten gebruik maakt. Achtereenvolgens hebben Layard, Goschen en Dufferin Engeland bij de Porte vertegenwoordigd. Het Armenische vraagstuk, wellicht van nog neteliger aard dan de andere quaestiën, omdat het meer de inwendige aangelegenheden van het Turksche rijk betreft, is aan de bekwame leiding van lord Dufferin toevertrouwd.

Colofon