Algemeen Handelsblad, 27 december 1916
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Nog een Fransch oordeel

PARIJS, 26 Dec. (Havas.) De "Temps" komt nog eens terug op de Amerikaansche nota. Deze beweert, dat Duitschland en de geallieerden den vrede willen verzekeren door eerbied voor de kleine nationaliteiten. Het schouwspel, dat Servië, België, Armenië, Luxemburg bieden illustreert die bewering.

De "Temps" haalt de rapporten aan van dr. Niepage, Duitsch leeraar aan de Duitsche school te Aleppo, die toonen, hoe Duitschland den eerbied toonde voor de Armenische natie op het oogenblik dat het den mond vol had van menschlievende frases. Uit die rapporten toch blijkt, dat de Duitsche regeering medeplichtig was aan de uitmoording der Armeniërs, Niepage toont, dat de Duitsche ambtenaren van niets onkundig waren. De Duitsche ambassade ontving talrijke rapporten van de consulaten te Alexandrette, Aleppo, Mosoel. De Duitsche consul te Mosoel meldde, dat hij aan den weg van Mosoel naar Aleppo zooveel afgehouwen handen van kinderen gezien had, dat men den weg er mee had kunnen bestraten. Een millioen Armeniërs werden naar hunne meening vermoord. Dr. Niepage's mededeelingen doen zien, dat de Turken handelden op last der Duitschers. Turken verklaarden, dat zij dingen moesten doen, die door den Koran worden verboden.

De "Temps" zegt, dat zoo de Ver. Staten nog geloof hechten aan de verklaringen van Bethmann Hollweg, willen wij hun verzoeken geen woorden aan te nemen, maar de daden te bezien, waarmede Duitschland zich met bloedige letters in de geschiedenis van den oorlog heeft ingeschreven.

Colofon