Algemeen Handelsblad, 26 juni 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De politiek van Frankrijk in het Oosten

PARIJS, 25 Juni. (Havas-Reuter) Bij de beraadslaging over de begrooting van buitenlandsche zaken in de Kamer zeide Briand, naar aanleiding van een protest van Daladier tegen de expeditie in het Oosten, dat wij vertrouwen stelde in Millerand om oplossingen te verkrijgen, ten bate der gewettigde belangen van Frankrijk. Hij herinnerde eraan dat de verdragen van 1916 gesloten werd tijdens den aanval op Verdun, toen Amerika en Italië nog geen stelling hadden genomen; zijn regeering aarzelde niet om toen troepen te zenden teneinde den weg naar het Oosten te versperren aan den Duitschen grootheidswaanzin. Briand schreef de huidige moeilijkheden ten aanzien der politiek in het Oosten toe aan de aarzelende houding ten opzichte der Turken. Hij verklaarde, dat de verdragen van 1916 aan Frankrijk Palestina en Mosoel toekenden en betreurde, dat Frankrijk ervan afzag, want die verdragen vormden een belangrijk ruilmiddel. Hij verklaarde zich verder tegen het in den steek laten van Cilicië, want de Armeniërs, die op de bescherming van Frankrijk vertrouwen, zouden dan aan de Turksche weerwraak zijn blootgesteld.

Colofon