Algemeen Handelsblad, 25 september 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een hulpkreet

De Armeensche delegatie te Parijs heeft een telegram van den heer Khatissian, minister-president der Armeensche republiek, ontvangen, waarin wordt gezegd dat de toestand in Armenië ontzettend is. De Turksch-Tartaarsche troepen hebben het land geheel ingesloten, terwijl de herhaalde aanvallen der Koerden die over Turksche officieren, soldaten en machinegeweren beschikken, de ontruiming van het land noodzakelijk maken. Eenige duizenden Armenische vluchtelingen, die uit Turkije zijn teruggekeerd en zich in de plaatsen aan de grens hebben gevestigd, zijn gedwongen opnieuw uit te wijken.

De Muzelmannen voeren een hevige agitatie, welker centrum zich in Erzeroem, Nakkitsevan en Bakoe bevindt. Het vertrek der Engelschen en het gebrek aan munitie doemt de Armenische strijdkrachten tot werkeloosheid.

De minister-president zegt niet te begrijpen waarom Parijs geen hulp zendt, daar Armenië volkomen verlaten is.

Colofon