Algemeen Handelsblad, 24 mei 1922
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De gruwelen in Klein-Azië

LONDEN, 23 Mei. (N.T.A., draadl.). Ter aanvulling zijner verklaring, dat de regeering van Angora een systematische campagne voor de volkomen uitroeiing der Grieksche minderheid in Klein-Azië heeft voorbereid en uitgevoerd, schrijft de correspondent te Konstantinopel van de "Manch. Guardian" het volgende:

Het schijnt zeker, dat ten minste het drie vierde gedeelte der ca. 150.000 Grieksche inwoners van Pontus uit hun dorpen zijn weggevoerd en dat men alles heeft gedaan om te maken, dat zij langs de wegen, over welke zij als kudden vee werden voortgejaagd, zouden sterven.

Deze beweging begon in Mei van het vorig jaar, toen het grootste gedeelte der mannelijke bevolking van de dorpen nabij de Zwarte Zeekust naar het binnenland werd gezonden om bij Sivas en Karpoet werkzaam te worden gesteld bij den aanleg van wegen. Hun arbeidsvoorwaarden waren zóó hard – er was geen huisvesting en slechts weinig voedsel – dat de mannen gedurende den herfst en den winter in grooten getale van vermoeidheid en ziekten, met name typhus, stierven.

In November en December l.l. begonnen de autoriteiten de vrouwen en kinderen uit dezelfde dorpen te verjagen, alsmede de mannen uit de kuststeden Samsoen en Trebizonde. In Maart van dit jaar vertrokken ca. 30.000 deezer ongelukkige schepsels – vermoedelijk de kleinste helft der uit hun huizen verjaagden – uit Siwas naar Karpoet, waar er slechts 20.000 aankwamen. Zij werden doorgezonden naar Bitlis en omgeving, doch slechts een 10.000 bereikten Diarbekir.

Omtrent de behandeling der ongelukkigen zegt de correspondent, dat men hun slechts toestond om zooveel mee te nemen als zij op hun rug konden dragen. Zoodra zij op weg waren begon het plunderen, rooven en moorden. Hun geld is spoedig uitgegeven of hun afgenomen door de gendarmes of later door de rooversbenden der Koerden, die de mannen dooden, de jonge meisjes en kinderen wegvoeren. De honger dwingt hen al hun kleeren in ruil te geven voor voedsel, zoodat zij geheel ten prooi worden aan weer en wind. Overal langs de wegen rondom Siwas en Karpoet liggen de bewijzen van deze onmenschelijke politiek van het verlichte Turksche nationalisme.

Colofon