Algemeen Handelsblad, 23 april 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De moorden in Klein-Azië

Weinig berichten over de moorden in Adana zijn nog bekend. Wat er van te vinden is, komt op het volgende neer:

De moorden begonnen Woensdag 14 April op de markten te Adana. Tegen den middag werden in het telegraafkantoor vijf Armeniërs vermoord. De Armeniërs trokken daarop terug naar hun wijk en zochten daar naar middelen ter verdediging. Gedurende 48 uur konden zij weerstand bieden. De bazars der christenen werden uitgeplunderd en verbrand. Woensdag en Donderdag rukten de boeren uit den omtrek met groote troepen naar Adana op; de autoriteiten deden alsof dit militaire reservisten waren en wapenden hen. Honderden menschen werden door die troepen gedood, vrouwen en kinderen gruwelijk verminkt. De stad geleek een abattoir. Duizenden zijn dakloos, door den brand is Adana gedeeltelijk vernield. Bovendien dreigt hongersnood uit te breken. De Engelsche vice-consul werd Donderdag bij de poging om de moordpartij te doen staken, gewond. Verschillende Armenische dorpen zijn volkomen verwoest. Het geheele district bevond zich in staat van opstand. Zoo Europeesche troepen bijtijds aanwezig hadden kunnen zijn, zou de moordpartij allicht hebben kunnen worden voorkomen. Thans moet gezorgd worden voor fondsen, om de van alles beroofden levensmiddelen, kleeding, geneeskundige hulp te verschaffen. De overlevenden zijn dakloos, beroofd van hun middel van bestaan en verkeeren in een ontzettenden toestand.

Te Larcana zijn reeds 400 vluchtelingen uit Klein-Azië aangekomen.

Colofon