Algemeen Handelsblad, 22 juni 1904
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenlandsch overzicht

Turkije is nog altoos bezig het hervormingswerk in Macedonië te bemoeilijken. Volgens berichten uit Konstantinopel heeft Hilmi-pasja, de gouverneur van Macedonië, last ontvangen te voorkomen, dat de vreemde gendarmerie-officieren in directe aanraking komen met de bevolking. Dit is niet alleen rechtstreeks in strijd met de bepalingen der overeenkomst, maar volkomen in strijd met de bedoeling, dat de gendarmerieofficieren de klachten der bevolking zouden aanhooren en onderzoeken.

De redenen van deze houding wordt gedeeltelijk toegeschreven aan de zucht van de Porte, om gebruik te maken van de moeilijke positie, waarin Rusland in Oost-Azië is geraakt, en gedeeltelijk aan de afwezigheid der beide civiele agenten, voor wie men nog eenig ontzag had. Dat zij in deze moeilijke tijden beiden Macedonië verlieten om met verlof te gaan, heeft zoowel in Macedonische volkskringen als onder de diplomaten in Konstantinopel ontstemming gewekt.

De toestanden in Armenië schijnen evenmin bevredigend te zijn. In de berichten uit Sassoen wordt gesproken van veertig verbrande dorpen. De Koerden vermoorden ieder, die hen in den weg treedt. De commandant der Turksche troepen verontschuldigt zijn werkeloosheid bij de consuls met de betuiging, dat hij geen troepen genoeg heeft.

De Fransche gezant Constans, en de Engelsche gezant Sir Nicolas O'Connor protesteerden bij de Porte tegen de werkeloosheid der troepen, die toezien terwijl een geheele provincie wordt uitgemoord.

Colofon