Algemeen Handelsblad, 21 februari 1921
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De conferentie te Londen

Tewfik Pasha, die vóór den oorlog Turksch gezant te Londen was en thans als grootvizier aldaar is aangekomen als hoofd der Turksche delegatie voor de conferentie, heeft een interview toegestaan aan de "Daily Telegraph".

Hij verklaarde met betrekking tot de bedoelingen, die men heeft ten aanzien van het tractaat van Sèvres, weinig te weten, doch liet zich op andere punten meer uit.

Met betrekking tot Angora zeide hij te hopen, te gelooven, overtuigd te zijn, dat men met de gedelegeerden van dat land tot een overeenkomst zou komen. Een vereenigd Turkije zou zooveel prestige in de oogen der wereld bezitten dan een onvereenigd.

Omtrent Smyrna zeide hij, dat die plaats reeds Turksch was eeuwen voor dat de Turken te Konstantinopel kwamen. "Smyrna was niet alleen onze rijkste haven, dat is bovendien de eenige uitweg van het Turksche achterland in Azië naar zee. De bevolking dier streek is overwegend Turksch, hetwelk blijkt uit de onpartijdige statistieken van de inter-geallieerde commissie, benoemd door de Vredes-conferentie. Natuurlijk zijn tal van Turken sedert de Grieksche nederzetting gedwongen uit de omgeving te verdwijnen en zijn groote aantallen Grieken ingevoerd, maar een plebisciet zou mijn bewering waar maken."

Toen de interviewer over Armenië sprak, wees Tewfik Pasha er allereerst op, dat de Islam volstrekt niet vijandig staat tegenover Jood of christen, wat trouwens onmogelijk is, omdat de Koran de drie profeten Mozes, Jezus en Mohammed op één lijn stelt en alle vijandigheid jegens de volgelingen dier profeeten verbiedt. Gedurende zeven eeuwen leefden de Armeniërs onder Turksche heerschappij, zonder te klagen en zonder reden tot klagen te geven. Toen kwam plotseling de verandering; kwamen de geweldplegingen en moorden. Tewfik Pasha ontkent ze niet, rechtvaardigt ze niet, betreurt ze en veroordeelt ze. "Maar," zeide hij, "laat men zoo billijk zijn mij gelegenheid te geven ze te verklaren. De uittarting kwam niet van één kant. Reeds geruimen tijd waren in den vreemde comités opgericht van Ameensche revolutionairen, van anarchisten zelfs en een campagne tegen Turkije werd begonnen, die haar hoogtepunt bereikte in 1895, toen te Konstantinopel door een bomaanslag mannen, vrouwen en kinderen werden gedood. Ik was toen minister van buitenlandsche zaken en ontsnapte aan den aanslag, die tegen den ministerraad was gericht, de bom ontplofte in de verkeerde Kamer.

Maar de gevolgen van dien aanslag op den toenmaligen sultan Ahdoel Hamid en op de laagstaande en woeste Koerden, waren vreeselijk en daarop hadden de samenzweerders gerekend. De Armeniërs, die tot dusverre in vrede hadden geleefd, werden nu door hun verwoede buren, meestal Koerden, aangevallen en vermoord – zoo zijn die betreurenswaardige toestanden begonnen en voortgezet.

En welk beter bewijs voor het anarchistisch drijven van tal van Armeniërs, kan gegeven worden van hun jongste bond met Sovjet Rusland en bet aanvaarden der bolsjewistische theorieën."

Toen de interviewer daartegen opmerkte, dat de Armeniërs die het bolsjewisme aanvaarden, waren de vroegere Russische Armeniërs, niet de Armeniërs van Turkije en dat er bovendien sovjetisme onder de Turken in Angora bestaat, zeide de groot-vizier: "Hun sovjetisme beteekent geenszins het aanvaarden van bolsjewisme, hetwelk onvereenigbaar is met onze Turksche sociale opvattingen en met het Mohammedaansch geloof. De verhoudingen tusschen Moskou en Angora dragen een zuiver politiek karakter. Aan de zijde der Australische nationalisten is dit slechts een wanhoopsverband; een oud-Turksch spreekwoord zegt dat een man, die op punt staat te verdrinken, zich aan alles vastklampt, zelfs aan een slang."

Colofon