Algemeen Handelsblad, 21 februari 1919
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De toestand in Aziatisch-Turkije

LONDEN, 20 Febr. (Reuter.) In het Hoogerhuis verzocht viscount Bryce de regeering om inlichtingen betreffende den tegenwoordigen toestand van Aziatisch Turkije en de door de geallieerden genomen maatregelen ter bescherming der weerlooze Christelijke bevolking van dit gebied.

Lord Curzon verklaarde in zijn antwoord, dat hij wilde pogen alle bezorgdheid betreffende de streken, waarover de politieke invloed der geallieerden zich uitstrekt, nl. Mesopotamië, Syrië en Palestina te doen verdwijnen.

Spr gaf allereerst een overzicht van hetgeen de Engelschen gedurende twee jaren in Mesopotamië hebben verricht op het gebied van bevloeiing, landbouw, het invoeren van landbouwwerktuigen en onderwijs. In dien tijd is meer gedaan dan in de afgeloopen vijf eeuwen.

Hetzelfde werk is gedaan in Palestina en Syrië, alwaar wegen en spoorlijnen zijn aangelegd, putten gegraven, enz.

Omtrent Armenië, Anatolië en Klein-Azië wilde spreker niet vooruitloopen op de beslissingen der vredesconferentie.

In Armenië, waar de ellende zeer groot is, verrichten missies uitstekend werk.

In Syrië en Palestina zijn meer dan 40.000 vluchtelingen, in Mesopotamië 40.000 Armeniërs en Nestorianen, te Mosoel 7000, in Trans-Kaukasië ca. 473.000. In het geheel worden 130.000 vluchtelingen door de Engelschen voor den hongerdood behoed. De regeering wenscht hen te repatrieeren, maar dit kan niet geschieden alvorens de verbindingswegen zeer verbeterd zijn.

Amerika heeft een missie gezonden en schepen met levensmiddelen, kleeren, geneesmiddelen en landbouwwerktuigen.

Colofon