Algemeen Handelsblad, 21 januari 1896
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De toestanden in Armenië

Voor enkele dagen werd uit Konstantinopel gemeld, dat Koningin Victoria een eigenhandig schrijven had gericht aan den Sultan, dat door den engelschen gezant in plechtige audientie aan den Beheerscher der Geloovigen is overhandigd. H.M. beklaagt zich daarin over de jongste moorden in Armenië, en waarschuwt den Sultan dat hij zijn troon en zijn rijk in gevaar brengt, als hij niet zorgt dat aan die ruwe geweldenarijen een einde komt.

De Sultan antwoordde den gezant, dat de berichten die de Koningin ontvangen heeft, zeer overdreven zijn. Bij de jongste onlusten zijn meer Turken dan Armeniërs geddod, verklaarde de Sultan. En hij stelde zich voor een antwoord in dien geest aan H.M. te zenden.

Een paar dagen later werd een soortgelijke mededeeling door de meeste Turksche gezantschappen gepubliceerd.

De Westminster Gazette ontvangt thans enkele bijzonderheden over de moorden in Orfah gepleegd, ontleend aan een particulier schrijven uit Aleppo.

Daarin worden beestachtige gruwelen verhaald door de Turken bedreven aan onschuldige Christenen. Zoo werden 150 gewonde Armeniërs naar een put gedreven; daar werd petroleum over hunne lichamen geworpen en zoo werd de menschelijke brandstapel in brand gestoken.

Terwijl dit geschiedde was een Moslem de Armenische kerk binnengedrongen, en begon hij de geloovigen tot het gebed op te roepen, zooals de muezzin dit doet van de minaret der Moskee. Hij werd echter dadelijk door de Armeniërs doodgeschoten.

Alle Armenische geestelijken te Orfah zijn door de Turken gedood geworden. Het aantal Christenen dat in twee dagen door de Turken vermoord werd, bedraagt meer dan 3000; deze moorden werden begaan door de Kurden van een Hamedieh-regiment en door Bedouïnen. De eigendommen van de Christenen werden geroofd of verwoest.

Colofon