Algemeen Handelsblad, 2 maart 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De ellende in Armenië

Onrustbarende berichten komen wederom uit Armenië, waar de moorden op de Armeensche bevolking schijnen te zijn hervat. Het Armeensche Persbureau heeft althans telegrammen uit Smyrna en Konstantinopel ontvangen, waarin van den wanhopigen toestand der Armeniërs gewag wordt gemaakt. Volgens mededeelingen over den toestand in Cilicië zouden 50.000 Turken en Koerden onder Moestafa Kemal Pasja van de weerloosheid der Armeensche bevolking in Seytoen en Foernoese gebruik hebben gemaakt om deze feitelijk uit te roeien. Ongeveer 7000 Armeniërs zijn omgekomen. De Armeniërs zijn bereid aan de aanvallen weerstand te bieden, doch het ontbreekt hun aan de noodige verdedigingsmiddelen.

Het vertrek, der Fransche troepen uit Marasj heeft de Armeniërs aan den willekeur der Turken prijsgegeven. Adana en andere steden worden ernstig bedreigd. Naar verluidt is de Fransche regeering dringend om hulp verzocht.

Volgens het rapport, dat het Amerikaansche Steuncomit√© over den toestand in Kaukasië, en voornamelijk in Armenië, openbaar heeft gemaakt, is de toestand der gedeporteerden bedroevend. Het industrieele leven staat geheel stil; de levensmiddelen ontbreken. De regeering van Georgië heeft in Tiflis 100.000 werkloozen moeten uitwijzen, terwijl de regeering van Azerbeidjan in Bakoe 40.000; werkloozen heeft doen verwijderen.

In de Engelsche bladen lezen wij nog dat de Britsche Labour Party een protest openbaar heeft gemaakt tegen de behandeling, welke Armenië van de zijde der geallieerden ondervindt. Reeds vóór den oorlog was het Turksche beheer in Armenië een internationaal schandaal. In plaats dat de geallieerden daaraan aanstonds bij het sluiten van den wapenstilstand een einde hebben gemaakt, hebben zij de Armeensche provincies onder het civiele en militaire bestuur van Turkije gelaten.

Het protest dringt erop aan dat geheel Turksch Armenië voor een bepaalde periode onder het mandaat van een der mogendheden zal worden geplaatst.

Colofon