Algemeen Handelsblad, 19 juni 1883
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turkije

Eerstdaags zullen twee keizerlijke firmans worden uitgevaardigd; de eene, houdende goedkeuring van de hervormingen in de provinciën van het Ottomanische Rijk, meer bepaald in Armenië in te voeren; de tweede, bevattende de bekrachtiging van het besluit der Turksch-Russische commissie voor de schadeloosstelling, aan de Russische onderdanen toe te kennen voor verliezen, gedurende den laatsten oorlog geleden. Het totaal bedrag dezer schadevergoeding, aanvankelijk op 27 millioen fr. vastgesteld, is tot zes millioen verminderd door de commissie, welke bij den Russischen gezant hare zittingen hield, en een groot aantal vorderingen óf overdreven óf ongegrond verklaarde. Maar men voorziet, dat de toestand der schatkist een ernstig bezwaar tegen het invoeren van de hervormingen en het betalen der schadeloosstelling zal opleveren, hoe goed de wil en het voornemen der Porte ook mogen zijn.

De Turksche staatsmannen laten zich niet onduidelijk hierover uit. Reeds nu verklaren zij, dat het aan de Porte onmogelijk zal wezen de hervormingen in te voeren welke, ter voldoening aan art. 61 van het tractaat van Berlijn, afgekondigd zullen worden, indien de mogendheden haar berooven van de noodige stoffelijke middelen, door bij voortduring de oplossing van eenige vraagstukken te vertragen, zooals: de patentwet, de herziening van de toltarieven, het aandeel in de openbare schuld, dat gedragen moet worden door de Staten, die bij den laatsten oorlog grondgebied hebben verworven, in één woord, van alle quaestiën, waardoor de belangen van Turkije gebaat moeten worden.

Colofon