Algemeen Handelsblad, 19 november 1924
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Voor de Armeniërs

De "Semaine religieuse" bevat den tekst van een passage uit de rede van dr. Motta, den voorzitter der 5e Volkerenbondsvergadering, in welk gedeelte de Zwitsersche Bondspresident het opneemt voor de Armeensche Christenen. Hij zeide: "Veroorlooft mij een oogenblik een speciale vraag naar voren te brengen, de vraag aangaande Armenië. Ik had het voorrecht onlangs het asyl voor Armeensche weezen te bezoeken dat door de vrijgevigheid van enkele menschenvrienden te Beguins, kanton Wallis (Zwitserland), is opgericht. Ik heb eenige dozijnen van deze kinderen gezien, jongens en meisjes. Elk van deze kinderen is een levende tragedie. Legitimatiepapieren hebben deze kinderen niet. Deels hebben zij gezien, hoe hun vaders, hun moeders, hun grootouders vermoord terneerzonken. Zij worden in hun eigen taal thans opgevoed en onderwezen. Ze zijn schoon in de schoonheid van hun ras en van hun martelaarschap. Toen zij mij zagen hieven zij het nationale Zwitsersche lied aan: "O freie Berge!" Hun toestand heeft mij tot tranen geroerd. Ik heb het asyl van Beguins verlaten met het voornemen als president van de vijfde vergadering nog eens den jammer van onze broederen, den plicht om hen te helpen de wereld in 't aangezicht te schreeuwen. Gelukkig zullen wij zijn, als de inspanning van den Volkerenbond, geleid door de krachtige daden en den adel van een zoo groot apostel als dr. Nansen is, hen eindelijk een vaderland zal doen vinden.

Colofon