Algemeen Handelsblad, 15 juli 1934
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Ingezonden stukken - De Armeniërs, een stervend volk

M. d. R.

Weer bevindt zich de rest van het Armeensche volk, dat nu jaren van lijden achter zich heeft, in een crisistijd. Het overgroote deel der vluchtelingen in het kamp te Aleppo is werkloos, ontvangt geen ondersteuning en de gevolgen zijn van dien aard, dat zij elk weerstandsvermogen verliezen en bij honderden aan allerlei hongerziekten ten offer vallen.

En nu in Juli, Augustus en September door gebrek aan voldoende middelen, ook de polikliniek wordt gesloten, is er niemand, die voor hen zorgt. Wel heeft de regeering een sanatorium voor t.b.c.-patiënten, doch het is steeds overvol, zoodat het de grootste moeite kost, iemand opgenomen te krijgen. Wat te beginnen met patienten in het laatste stadium van t.b.c., wier barakken worden afgebroken, geen dak meer boven het hoofd hebben en op een hoek van een straat in het kamp liggen, prijsgegeven aan de brandende zonnestralen? Zoo zijn de toestanden nu.

Mogen wij het wagen in dezen tijd, waar zoo veel op een ieder rust ook voor deze ingelukkigen de openbare aandacht te vragen? Een volk dat telkens weer in den steek werd gelaten. Christenen, die alles verloren, uitgemoord en uitgeplunderd zijn en vandaag den honger ten offer vallen?

Wij doen een beroep op allen, die dit lezen: op de zieken, die zich door doktoren kunnen laten behandelen, op hen die versterkende middelen kunnen nemen, op de gezonden, die thans of straks hun jaarlijksche uitstapjes maken.

Zend een gave op giro 18757 voor den medischen arbeid.

CATO DE WITTE
W. Barentszstraat 103, Utrecht
secretaresse der Morgenland-Zending
Giro 18757

Colofon