Algemeen Handelsblad, 15 februari 1923
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het debat over het Adres van Antwoord

LONDEN, 15 Febr. (N.T.A., draadl.) Het debat over het Adres van Antwoord werd gisteravond voortgezet. Ronald Mc. Neill, de onderminister van Bnitenlandsche Zaken, verdedigde de verleening van groote concessies aan de Turken te Lausanne tegen scherpe critiek, geoefend door Sir Ryland Atkins, Noel Buxton, J.P. O'Connor en andere invloedrijke leden. Mc Neill verklaarde openhartig dat Engeland verplicht was concessies te doen inzake de minderheden en andere quaesties, tenzij het bereid was er een oorlog om aan te gaan; het wenscht klaarblijkelijk vijandigheden te vermijden. De Turken wisten terdege dat ofschoon Britannië machtig was en dat, wanneer het het vuur te nauw aan de schenen werd gelegd, het zijn rechten en zijn macht zou kunnen doen gelden. Brittannië wenschte eerst in de allerlaatste plaats naar het zwaard te grijpen. De Turken hadden van deze wetenschap profijt getrokken waar zij dit maar eenigszins konden, doch Mac Neill was van meening dat de bepalingen, vervat in het verdrag, aantoonden, dat Curzon ten volle de noodzakelijkheid besefte van de bescherming van de belangen der minderheden.

Sommige leden hadden gezegd, dat zij gaarne een waarborg vanwege den Volkenbond hadden gezien. Dat was precies wat Curzon had voorgesteld. Curzon had met meer bezieling gepoogd om voor de Armeniërs een of ander territoriaal en nationaal tehuis te verkrijgen, dan hij misschien ten aanzien van eenig ander punt gedaan had. Op dit punt hadden de Turken absoluut geweigerd den Britten tegemoet te komen. Hij voegde hieraan toe, dat wanneer de Turken zich verstandig zouden gedragen en in hun eigen belang zouden handelen door de buitengemeen edelmoedige bepalingen, die het waren aangeboden, Britannië zeer gaarne de vriendschappelijke betrekkingen zou herstellen.

Colofon