Algemeen Handelsblad, 12 februari 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armeniërs en Mohamedanen

Aan het Kaukasusfront vormen zich in de door de Russische legers ontruimde zones Armeensche benden, die opnieuw de Mohamedaansche bevolking aanvallen, aldus meldt een Milli-telegram uit Konstantinopel. Milli voegt hier eenige bijzonderheden aan toe en vertelt o.a. van een draadloos bericht van een Russisch generaal aan den bevelhebber van het 3e Turksche legercorps, waarin melding wordt gemaakt van ongeregeldheden te Erzindjan tegen de Mohamedanen, waarbij aan weerszijden slachtoffers vielen. Milli vertelt verder dat een Engelsch of Fransch kolonel, Morel geheeten, in den loop dezer maand te Erzindjan aankwam om de Armeensche revolutie te organiseeren, die geruchten verspreidde over gruwelen van Koerden en die last had gegeven Mohamedaansche dorpen te verwoesten, welke den Koerden steun zouden verleenen. Milli ziet hierin het bewijs dat de bedoelde officier met gebruikmaking van de anarchie in het Russische leger, de Armeensche benden tegen de Mohamedanen heeft opgezet.

De Turksche autoriteiten zouden bewijzen bezitten, dat Morel, die zegt het bevel te voeren over het garnizoen van Erzindjan, feitelijk slechts aan het hoofd staat van Armeensche benden, daar er geen spraak meer is van een strijdkracht van het geregelde Russische leger in deze buurt.

Milli geeft verder verschillende voorbeelden van het optreden dezer Armeensche benden tegen de Mohamedanen, een optreden, waarbij honderden vrouwen en kinderen een gruwelijken dood vonden.

Colofon