Algemeen Handelsblad, 12 november 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Bloedschuld: een manifest der Protestantsche kerken

(Van onzen medewerker te Lausanne.)

Een groot aantal Protestantsche kerken in Zwitserland heeft tot President Wilson een brief van den volgenden inhoud gericht:

"In de ure, waarin alle onderdrukte volken tot U opzien en U smeeken om Uwe hulp en welwillende tusschenkomst, richten wij ons tot U, mijnheer de President, uit naam der Zwitsersche Protestantsche kerken, welke wij de eer hebben te vertegenwoordigen, om U eerbiedig te verzoeken, de verdediging op U te nemen der Armenische Christenheid, slachtoffer van Turksche tyrannie."

"Dat de volledige bevrijding van onder het Turksche juk eene der essentieele voorwaarden moge uitmaken van het algemeene vredesverdrag, dit is het verlangen van al degenen, die de gruwelen kennen, daaraan de Armeniërs ten slachtoffer zijn geweest."

"Om gehoor te geven aan de weeklacht van dit martelaarsvolk, en om in de mate der mogelijkheid te herstellen en te verzachten, verzoeken wij, dat de ontvoerden naar den huiselijken haard teruggebracht mogen worden, dat de jonge meisjes, die in de hareems gevangen zitten, bevrijd mogen worden, dat de kleine kinderen, in Turksche huizen opgesloten, terug mogen worden gegeven, dat zij, die gedwongen werden het Christendom af te zweren, bevrijd mogen worden van het hatelijk juk, hetwelk hem drukt, Moge dit alles geschieden onder toezicht der Entente en vooral met de hulp der Vereenigde Staten, weke met zoo oude banden aan dit volk verbonden zijn."

"Het Christelijk geweten eischt gebiedend, dat zonder verwijl deze daad van bevrijding geschiede. "God wil het!"

"Wij gelooven, mijnheer de President, dat gij geroepen zijt de gewenschte leuze aan te heffen, en wij twijfelen niet, of Gij zult weten* het gunstige oogenblik te kiezen en de geschikte middelen, opdat deze leuze gehoord worde en er gevolg aan worde gegeven."

Colofon