Algemeen Handelsblad, 11 juli 1880
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Amsterdam, Zaterdag 10 Juli

In het antwoord der Porte op de nota der mogendheden betreffende de uitvoering van art. 61 van het Berlijnsche verdrag (zie ons overzicht van Vrijdag) wordt o.a. verklaard, dat de Armeniërs in de streek, welke vroeger onder den naam van Armenië bekend was, nog slechts 17 pCt. van de bevolking uitmaken. Gelijk men weet is Turkije aan statistiek niet rijk. Doch wanneer men de geschriften der reizigers raadpleegt, voornamelijk van Salahedine-bey, die eenige jaren geleden een volledig werk over de algemeene tentoonstelling van 1867 heeft uitgegeven, kan men de waarheid eenigszins nabij komen. Buitendien bestaan er zoowel voor de Armeniërs als voor alle Christenen van Turkije bij de verschillende godsdienstige gemeenten authentieke stukken, die in zeker opzicht de registers van den burgerlijken stand vervangen. Elke kerk, hoe klein ook, houdt aanteekening van de namen en geboortedagen der lidmaten, en daar nimmer de doop wordt overgeslagen, is deze aanteekening vrij volledig. Deze verschillende opgaven nagaande, zoomede de statistiek, door den Armenischen patriarch van Konstantinopel, vóór twee jaren, tijdens het Berlijnsche congrts openbaar gemaakt, verkrijgt men de volgende cijfers.

Men telt in de provincie Van: 184,000 Armeniërs, 90,000 Kurden, 30,000 Turken, 80,000 Syriërs of Syriaken en 363 Joden; in de provincie Erzerum: 215,177 Armeniërs, 159,621 Turken, 140,000 Kurden, 4015 Syriaken, 3420 Grieken, 3629 Zeidi, 20,000 Lazen, 18,000 geëmigreerde Circassiërs, 100 Perzen en 20 Kopten; in de provincie Marache of Bitlis: 164,508 Armeniërs, 28,960 Turken, 43,095 Kurden, 1000 Circassiërs en 330 Perzen.

Uit deze cijfers blijkt, dat de Armeniërs in de provinciën, voor welke zij een bijzondere organisatie met een Armenisch gouverneur-generaal verlangen, het vijfde deel ongeveer der bevolking vertegenwoordigen, en niet 17 pCt., zooals in de circulaire van de Porte wordt verzekerd.

Colofon