Algemeen Handelsblad, 10 juni 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De toestand in Klein-Azië

Eenigen tijd geleden deelde Eduard Mygind, een medewerker van het Berl. Tagebl., die door Klein-Azië reist, aan zijn blad mede, dat het Koerdische en Syrische gepeupel gedreigd had, bloedige wraak te zullen nemen, wanneer de Turksche regeering de schuldigen aan de slachtingen te Adana en andere plaatsen te streng zoude bestraffen. Thans blijkt, helaas, dat zij hun woord hebben, gehouden. Te Adana werden n.l. de vorige week 12 belhamels, onder wie zes Armeniërs, die medeplichtig waren aan de jongste slachtingen, opgehangen en deze maatregel werd door het gepeupel, wonende tusschen de golf en ten Noorden en ten Oosten van de havenstad Alexandrette, onmiddellijk beantwoord door een moordpartij, waarbij ongeveer 100 slachtoffers vielen. Het zou zeer waarschijnlijk daarbij niet zijn gebleven, wanneer niet de vrees voor het strenge optreden der Turksche autoriteiten velen had weerhouden aan de gruwelen mede te doen.

Het Jong-Turksche comité laat intusschen niets onbeproefd om nieuwe uitbarstingen te voorkomen. Daar echter de troepen, die de bevolking in toom moeten houden, nog steeds niet zijn aangekomen, blijft de toestand nog zorgvol.

Colofon