Algemeen Handelsblad, 10 maart 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turkije

De strijd tusschen Armeniërs en Turken.

PARIJS, 9 Maart. (N.T.A., draadloos.) Volgens de bladen stellen zeer nauwkeurige inlichtingen uit Cilicië de gebeurtenissen te Marasj anders voor dan de algemeen verspreide lezingen deden. De plotselinge aanval der Turken had inderdaad grooten schrik teweeg gebracht onder de Armeensche bevolking, maar het Fransche garnizoen der stad, dat in de citadel was geconcentreerd, heeft den aanval dapper doorstaan en de Turken langen tijd in bedwang gehouden; de ter hulp gesnelde colonne, onder kolonel Normand, heeft deze troepen den 6en Februari kunnen ontzetten, waarbij den Turken ernstige verliezen werden toegebracht.

De Armeensche patriarch op audientie.

LONDEN. 9 Maart. (N.T.A., draadloos uit Carnarvon.) De koning van Engeland heeft hedenochtend de Armeenschen patriarch in Buckingham Palace in audiëntie ontvangen.

Een Amerikaansch protest.

De oud-gezant van de V.S. te Berlijn, de door zijn boek over den ex-keizer van Duitschland nog meer bekenden diplomaat James W. Gerard heeft een krachtig protest doen hooren tegen de voorgenomen verdeeling van Armenië, waarin hij o.m. zegt: "Elk Amerikaan heeft het recht zich te wenden tot den president en tot den senator of afgevaardigde, die zijn staat vertegenwoordigt met een verzoek om eerbiediging van de onafhankelijkheid van het nieuwe Armenië, opdat de Turken en Koerden en hun Europeesche beschermers mogen weten, dat de V.S. nooit zullen toestemmen in eenige handeling, die een schending zou zijn van Armenië's nationale rechten.

De moorden op de Armeniërs

De "Manchester Guardian" is zeer getroffen door de gebeurtenissen in Armenië en laat niet na om er steeds weer op te wijzen, dat de Europeesche mogendheden verplicht zijn, èn uit algemeen menschelijk oogpunt èn als christelijke naties de Armeniërs te hulp te komen. In een artikel van Zaterdag geeft dit blad een beschouwing over de houding in de laatste vijfen-en-twintig jaren, dus sinds de moorden op de Armeniërs, in Sassoen de wereld deden huiveren, door Europa ten aanzien van deze gruwelen is aangenomen.

Sassoen was het beginpunt van een reeks verschrikkelijke moordpartijen gedurende 1895, die eindigde met een uitbarsting te Konstantinopel, onder de oogen van alle Europeesche gezanten. Hoewel de Europeesche mogendheden indirect verantwoordelijk waren voor deze misdaden, – omdat zij in 1878, toen Turkije zich met Europeesche hulp tegen Rusland verdedigde, de Armeniërs onder Turksch bewind hadden gebracht, – staken zij geen hand uit om de moordenaars te straffen of dergelijke wandaden te voorkomen.

De gezanten lieten na om op den verjaardag van den Sultan hun woningen te illumineeren. Dit was het eenige blijk van protest!

De Armeniërs werden met tusschenpoozen door de Turken bestookt, totdat in 1908 tijdens de revolutie van de Jong-Turken het tot een uitbarsting kwam te Adana, welke alle beschrijving te boven ging.

Door de mogendheden werd echter niets gedaan, – zooals in al die jaren niets gedaan was, – om de eenvoudige reden, dat geen macht in Europa de risico wilde loopen manschappen te verliezen of zelfs de meest speculative diplomatieke voordeelen in de weegschaal te stellen, ter wille van het leven van alle Christenen in Turkije. Engeland had misschien wel ingegrepen, maar Rusland weigerde en ook de keizer, die bezig was met de Berlijn–Bagdad onderneming, greep niet in, om de Turksche vriendschap niet te verliezen.

De Europeesche staatslieden, die in hun jeugd onder den indruk waren van de roerende verhalen over het lijden der Christelijke martelaars, ten tijde van de Romeinsche vervolgingen, bekommerden zich thans absoluut niet over het feit, dat daar in Armenië vóór hun oogen vervolgingen plaats vonden, waarbij de vervolgingen van alle Romeinsche keizers een kleinigheid zijn.

De Armeensche vervolgingen waren niet uitsluitend een vernietiging van een volk, maar ook een godsdienstoorlog, welke gedurende een kwart eeuw door Christelijke mogendheden werd toegelaten, die hiertegen met weinig opoffering hadden kunnen ingrijpen.

Toen Turkije in den wereldoorlog betrokken werd, dacht men, dat dit een oplossing voor de Armeniërs zou brengen. Men voorspelde den ondergang van het Turksche rijk en als gevolg daarvan de vrijmaking van de Christelijke provinciën.

Maar ondertusschen ondergingen tijdens den oorlog de Armeniërs kwellingen en ellende, waarbij de moorden in 1895 en 1908 maar een voorspel waren!

In 1915 begonnen de Turken een systematische campagne tegen de Armeniërs. De geallieerden, die in de Dardanellen met hun schepen lagen, waren niet bij machte in te grijpen. Duitschland hield zich verre.

Van de 1.800.000 Armeniërs in het Turksche rijk zijn er toen volgens betrouwbare mededeelingen 1.200.000 omgekomen.

Al deze dingen werden niet voldoende in Engeland gerealiseerd. Men was te veel bezig met eigen belangen. Bij het sluiten van het vredesverdrag, was men er nog niet diep van doordrongen, hetgeen wel blijkt uit de milde bepalingen in het Turksche vredestractaat. Men achtte Turkije, dat volkomen uitgeput was, tot niets meer in staat en had toen Duitschland overwonnen was, alleen maar oogen en ooren voor de Russische revolutie, en bekommerde zich weinig om Armenië. Cilicië was weliswaar met geallieerde troepen bezet en daar hadden zich 150.000 Armenische vluchtelingen verzameld.

Onderwijl hield de Opperste Raad zich bezig met onderlinge twisten betreffende de Duitsche plunderingen en had geen tijd om zich met Turksche aangelegenheden te bemoeien. Het scheen hun tijd genoeg om daar aandacht aan te wijden als het lot van den aartsvijand was beslist. De geallieerden hadden geen grooter fout kunnen begaan. Terwijl Europa sliep, verzamelden de Jong Turken hun krachten en heerschten in Armenië als overwinnaars. De jalousie tusschen de westersche mogendheden deed het overige. Gedeeltelijk door Franschen invloed, gedeeltelijk door Mohamedaanschen, werd de Sultan in Konstantinopel gelaten, een beslissing, die, hoe men die ook mag beoordeelen, zeker tengevolge heeft, dat de positie van de Jong-Turken versterkt wordt.

Ook werd een militaire maatregel genomen, die misschien nog het ergste is. Om aan Frankrijk tegemoet te komen, werden de Britsche en Indische troepen uit Cilicië verwijderd. De Franschen waren niet voldoende voorbereid om Cilicië alleen te verdedigen en moesten zich uit Marash terugtrekken. En thans waren de Jong-Turken daar volkomen de baas en vierden hun overwinning met het vermoorden van duizenden en duizenden Armeniërs.

Tot zoover is het thans. Wat Engeland zal doen, is nog niet te zeggen. Lloyd George's uitlating was vaag, het Lagerhuis nam ook nog geen besluit. Wij zijn benieuwd te vernemen, welke gelegenheid uitgekozen zal worden om aan te kondigen, dat de laatste Armeniër gedood is.

Wat Frankrijk betreft, zijn positie in Cilicië en zijn militaire prestige in het Oosten staat op het spel.

Het heele probleem in Armenië is thans weer even ingewikkeld als vóór 16 maanden, iedereen voelt dat men niet langer meer stil kan en mag zitten. De geallieerden moeten voor eenigen tijd hun onderlinge jalousie vergeten en hun handen in elkaar slaan en te samenwerken, gelijk zij dit bij Yperen en Amiens gedaan hebben.

Onderzoek verzocht.

Mohamed Ali, Said Soessein, en Said Salaiman Nadoi, leden der Indische khalifaatdelegatie, hebben een brief aan de "Daily News" geschreven, waarin zij, "in naam van Allah, den genadigen en medelijdenden", vragen om een onpartijdige commissie, die een onderzoek zal hebben in te stellen naar de quaestie der verantwoordelijkheid van hetgeen tusschen Mohamedanen en Armeniërs is voorgevallen.

Ze vragen afgevaardigden, der "All India Moslem League" deel te doen uitmaken dezer commissie.

Ze zeggen dat het feit, dat sinds den wapenstilstand nog geen onpartijdig onderzoek naar het gebeurde is ingesteld een pijnlijken indruk heeft gemaakt in Indië. Verder beweren ze, dat de geheimhouding van het rapport der commissie van onderzoek der gebeurtenissen bij de Grieksche bezetting van Smyrna voorgevallen, de Indische Mohamedanen er toe brengt de Turken als slachtoffers eener onrechtvaardige behandeling te beschouwen.

Naast dezen brief vermelden de Engelsche bladen echter ook de berichten, die Denys Cochin in de "Figaro" publiceert, als hem verstrekt door een Amerikaansch bisschop.

Hij zegt, dat vier Armeensche bisschoppen gedeporteerd zijn en daarna van gebrek en uitputting gestorven. Vijf werden gedurende den oorlog gedood. De bisschop van Marash is verdwenen.

De bisschop van Diarbekir werd levend begraven, die van Malahia verbrand, die van Mardin doodgeschoten.

Colofon