Algemeen Handelsblad, 10 maart 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Nieuwe Uitgaven

Bagdad, Babylon, Ninive.

Een nieuw boek van Sven Hedin, bij F. A. Brockhaus te Leipzig verschenen. "Nur eine Reisebeschreibung" verklaart de schrijver in het eerste hoofdstuk, dat met zijn titel: "Die Turkei im Weitkriege" anders allicht de verwachting mocht opwekken, dat de Zweedsche schrijver zijn Duitsche vrienden met een "Kriegsbuch", een uitvoerige teekening nl. van Turkije's aandeel aan den wereldoorlog, was komen verrassen.

Maar niet de oorlog lokte Sven Hedin tot nieuwe avonturen, wel de zucht om te zien wat de archaeologen van de bedolven steden uit de oudheid aan den dag hadden gebracht. Zijn reis had echter plaats in oorlogstijd. De reiziger hoort den tred van soldaten op marsch, ziet Duitsche batterijen in Turkschen dienst den Euphraat afvaren on hij hoort het gedender der kanonnen bij Koet-El-Amara.

De schrijver geeft daarna te verstaan waarom een Zweed niet genoeg belang kan stellen in den strijd der Turken tegen Rusland, dat immers ook altijd Zweden bedreigde en ziet ten slotte naar een toekomst waarin de oorlog zal zijn bedwongen en ook het Turksche volk zeker zal zijn van erkentelijkheid voor zijn eervol deelnemen aan den vrijheidskamp der Germanen.

Zijn tocht had plaats in oorlogstijd, voerde hem ook onder nomaden en Armenische vluchtelingen. Zijn reisverhaal geeft hem nu aanleiding te schrijven, dat de vervolging der Armeniërs en vooral de wreedheden begaan aan vrouwen en kinderen, zeker tot de donkerste den wereldoorlog behooren; slechts in donkerheid nog overtroffen door de wreedheid, waarmede twee millioen Duitschers, die in Rusland woonden, bij het uitbreken van den oorlog naar de pestholen van Siberië waren weggevoerd, om daar in het lot te deelen van de ongelukkige slachtoffers van Ruslands inval in Oost-Pruisen. Sven Hedin meent buitendien te moeten wijzen op de overdrijving, waaraan men zich aan Engelsche zijde heeft schuldig gemaakt. Er kunnen, becijfert hij, hoogstens 350.000 Armeniërs, geen 800.000 zijn omgekomen bij het verwijderen van de burgerbevolking van het front aan den Kaukasus. Het verwijderen zelf was een maatregel, waartoe oorlogsnoodzaak dwong, te meer nu de bevolking in deze oorlogszone zich openlijk met den vijand verbond en tegen de eigen regeering in opstand kwam. Ondergeschikten zouden daarbij – in tegenstelling met hetgeen de regeering te Constantinopel bedeeld had – zich aan wreedheden hebben schuldig gemaakt.

Sven Hedin reisde van Aleppo naar den Euphraat, voer deze rivier af tot Risvanije en reisde van daar naar Bagdad, waar hij de Engelsche krijgsgevangenen uit Koet-El-Amara ziet binnenkomen. Hij keert dan terug naar Risvanije, waar hij zich in gezelschap o.a. van hertog Adolf Friedrich, hertog te Meckelenburg, aan wien hij zijn boek opdroeg, inscheept op de "Emden" om het oude Babylon te bereiken. Naar Bagdad terug gaat de reis nu, over land, noordwaarts naar Samarra, Assoer, Mosoel en Ninive.

Zijn reisbeschrijving is zeker het lezen en de ingevoegde illustraties zijn het bekijken waard. Schoon geen "Kriegsbuch" maakt het verhaal – zooals reeds vermeld is – toch melding van zekere oorlogsgebeurtenissen of 't ging daarmede als gevolg van in nauw verband staande b.v. de dood van Von der Goltz. En dit "Kriegsbuch" mag deze publicatie heeten in zoover de geleerde schrijver, die verhaalt van zijn reizen en van 't geen in het door het bereisde gebied van oude beschaving door archeologen aan het licht werd gebracht, ook zoo militant toont wanneer hij iets van Engeland en de Engelschen in het midden heeft te brengen.

Colofon