Algemeen Handelsblad, 10 december 1929
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Ingezonden stukken - Nood onder de Armeensche vluchtelingen

Mag ik de aandacht der lezers van uw geacht blad een oogenblik vragen voor het Nederlandsche Comité, voorzitter de heer G. L. van Boetzelaer, Bilthoven, secretaresse ondergeteekende, dat zich ten doel stelt den noodlijdenden Armeniërs in Syrië en Frankrijk te hulp te komen? Het Armeensche volk is in de jaren 1915-1922 uit zijn land verdreven en zwerft sedert dien als bannelingen in den vreemde. Tienduizenden kwamen naar Syrië, waar de meesten van hen een prooi zijn van honger en ellende. Vooral het lot der Armeniërs in Aleppo is ondragelijk. De regeering wil helpen en is begonnen met de verplaatsing van het vluchtelingenkamp, doch de vele weduwen (in het kamp leven ca. 20.000 menschen), die zelf haar hutje op het aangewezen stukje grond, waarvoor ze bovendien moeten betalen, moeten bouwen, zijn niet in staat het geld bijeen te krijgen voor het dak, dat volgens voorschrift moet worden geplaatst. Deze dakloozen roepen uw steun in. De winter komt en de nachten in Aleppo zijn reeds bitter koud. Geheele gezinnen kampeeren onder den blooten hemel. Gij, die in dezen tijd geniet van uw verwarmd vertrek, gedenkt ook den nood van het Armeensche volk van vluchtelingen. De kosten van een dak bedragen ƒ 40,–.

Gaven voor dit doel worden gaarne in ontvangst genomen door het Secretariaat van het Werk van Bijstand onder de Armeensche vluchtelingen (Action Chrétienne en Oriént).

De Secretaresse:
Mej. Cato de Witte, Utrecht
J.W. Frisostraat 38, Gironr. 18757

Colofon