Algemeen Handelsblad, 1 februari 1924
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De zending in Perzië

Dr. Speer en br. Carter, afgevaardigden van de Amerikaansche Presbyteriaansche zending, hebben naast hun bezoek aan hun Indisch Zendingsveld tegelijk een bezoek gebracht aan hun gebied in Perzië. Van hun ervaringen deelt "De Rott." een en ander mede.

Een stuk dezer zending ligt in puin, met name de N.-W. hoek van Perzië, de streek van Urmia, aan den rand van het oorlogstooneel Rusland–Turkije–Mesopotamië gelegen. De Oostersche (Syrische) kerk aldaar heeft het lot der Turksche Armeniërs gedeeld. Een oude Christelijke kerk is ter dood toe gemarteld, de rest ver in den omtrek verstrooid; hoeveel hiervan zich nog zal kunnen vereenigen en op adem komen is onzeker.

De Muzelmansche bevolking heeft niet veel minder geleden. Het overige Perzië heeft wel is waar door den oorlog zijn bevrijding van Rusland en Engeland herwonnen, maar is overigens ook zwaar geteisterd. De inzinking van Rusland en zijn belangrijke handel hebben alle industrieel leven in Noord-Perzië lam gelegd en de armoede der menschen is vreeselijk. De regeering heeft geen geld, om de enkele staatsscholen te onderhouden. Daarom hebben de zendingsscholen van alle soort zonder twijfel de overhand en vormen de eenige toevlucht van degenen, die onderwijs zoeken. De positie der zending is vooral begunstigd, doordat tegenover het arme Perzië het rijke Amerika staat, dat met groote hulpvaardigheid allerlei nood lenigt.

Het is misschien de belangrijkste erkenning, dat Perzië niet meer tot de afgesloten Zendingslanden gerekend mag worden. De houding der menschen tegenover het Christendom heeft in de laatste 15 jaren een volkomen omkeer ondervonden. Ook waar Islamsche vroomheid aanwezig is, dringt verdraagzaamheid tegenover de Christenen door, zelfs voor Mohammedanen, die overgaan.

Colofon