Terug naar vorige pagina
Wereldomroep.nl, 9 november 2009
Bron: Wereldomroep.nl
Nederlandse Turken en Armeniërs weten het ook niet
Door Martijn van Tol
Voor het eerst in lange tijd zoekt Turkije toenadering tot Armenië. Het christelijke Armeense volk en de islamitische Turken kennen een geschiedenis van conflict. Dieptepunt vormt de weigering van de Turkse regering de massamoord op honderdduizenden Armeniërs tijdens de eerste wereldoorlog als genocide te erkennen. Hoe realistisch is een verzoening?
In Den Haag scharen drie Nederlandse Armeniërs en een Nederlandse Turk zich om tafel, om over de kwestie te praten.
Araik (27) groeide op in de Armeense hoofdstad Jerevan: "Sinds ik kon lopen hoorde ik verhalen over de genocide, wij gingen elk jaar naar de herdenking. Door al die verhalen over de massamoord dacht ik dat in Turkije iedereen met sabels en zwaarden rondliep."
De Armeense Arpa Telimi (28) knikt bevestigend, maar zij groeide op in Spijkenisse. "Ik werd als kind overgoten met verhalen en foto's van de massamoord, ook wij bezochten trouw de jaarlijkse herdenking. Iedere Nederlander dacht dat ik Turks was. Wanneer ik protesteerde dan antwoordde men "ach, dat is toch hetzelfde?", dat vond ik verschrikkelijk".
Kruisje
Asena Kibrit (23) oogt niet Armeens, met haar roodblonde krullen en blanke gelaat. "Ik groeide op in Istanboel, ik ging naar de Armeense school, ik leefde in een Armeens wereldje in Turkije". Ondanks het feit dat Asena wel Turks sprak en Turkse vrienden had, kon zij niet echt zichzelf zijn: "Wij probeerden niet op te vallen. Ik droeg mijn kruisje onder mijn trui en we piekerden er niet over om de Armeense genocide te herdenken".
De Turkse Melek Karasu (32) verschilt uiterlijk heel weinig van Araik en Arpa; zij zien de verschillen zelf ook niet. Ook Melek groeide op in Istanboel. "Armeniërs waren oneerlijk en liepen weg met onze rijkdommen, zo werd er gezegd". Melek hoorde niets over de massamoord. "Daar kwam ik pas in Nederland achter. Sterker nog, vandaag zit ik voor het eerst aan tafel met Armeniërs!"
Politiebureau
Ook Asena hoorde pas in Nederland over de massamoorden en hoe sterk de Turken en Armeniërs tegenover elkaar stonden. Toch heeft zij hier geen opleving gehad van haar Armeense identiteit. "Omdat ik met Turken opgroeide ben ik pragmatisch geworden. Er is er nu wel een groot verschil natuurlijk. Als ik hier op straat "lang leve Armenië" roep, dan denken mensen hoogstens "wat een weirdo!" Maar in Turkije zou ik twee minuten later op het politiebureau zitten".
In het Spijkenisse van Arpa kon het Armeense nationalisme ongestoord vorm krijgen. "Als kind dacht ik er aan me later in te zetten voor het behoud van de Armeense tradities. Juist omdat tweederde van ons volk was weggevaagd, kwam deze taak op onze schouders." Araik sluit zich enthousiast bij Arpa aan: "Het maakt niet uit waar je bent. Als je jezelf respecteert als Armeniër dan ben je bezig met deze kwestie".
Grote leugen
Araik: "Pas hier in Nederland kwam ik in contact met Turken, ik heb nu Turkse vrienden maar daarmee ga ik niet even gezellig over de Armeense kwestie kletsen, dat gaat gewoon niet." Toen Arpa in Rotterdam op het MBO terecht kwam zat ze daar opeens tussen allemaal Turkse klasgenootjes. "Ik was heel bang om te zeggen dat ik Armeniër ben, maar uiteindelijk viel het wel mee. Slechts een paar Turken zeiden dat het een grote leugen was, maar we konden er wel gewoon over discussiëren".
"Wat ik ècht niet begrijp", vraagt Asena zich af in de richting van Melek, "is dat er Turken zijn die in Nederland zijn opgegroeid, niets van de geschiedenis weten, die drie weken per jaar op vakantie gaan naar het dorpje van hun oma in Turkije, dat juist die Turken toch zo'n haat tegen de Armeniërs kunnen hebben".
"Ik heb het gevoel dat dat komt omdat juist in Nederland de verschillen sterker worden", zegt de Turkse Melek. "Hier krijgen mensen een identiteitscrisis en wordt het groepsgevoel sterker".
"Het is iets wat heel diep in ons zit," concludeert Asena enigszins moedeloos. "Ik heb veel Turkse vrienden, maar er is iets en dat kun je niet onder woorden brengen".
Geen wraak
"Het zal niet gebeuren denk ik, maar als toenadering tussen Turkijen en Armenië zal leiden tot erkenning, dan... zal het zo mooi zijn," zegt Araik een beetje emotioneel. "Turken zullen zich niet meer schamen en Armeniërs zullen geen wraak meer koesteren. De volgende generaties zullen een heel ander leven
krijgen".
Arpa: "Het zou zó mooi zijn als de vooroordelen zullen verdwijnen".
En zo eindigt het gesprek in een prettige mijmering, maar een oplossing is ook bij de Nederlandse Turken en Armeniërs niet dichterbij gekomen.