Terug naar vorige pagina
De Volkskrant, 9 juni 2010
Bron: de Volkskrant
"Landverrader, we sturen je in een pakketje terug"
Door Janny Groen
Hij was gelukkig getrouwd in Turkije en had een goede baan als rechter. Nu wordt Çagatay Çetin zelf vervolgd, wegens het belasteren van de Turkse identiteit. Hij heeft asiel aangevraagd in Nederland.
"Vrijgezel" is Çagatay Çetin (31), een jonge Turkse rechter die in januari naar Nederland vluchtte en hier politiek asiel heeft aangevraagd. Het is een van de vijfhonderd woorden die Çetin zich in vier maanden met behulp van een Turks-Nederlands woordenboek heeft eigen gemaakt. Hij was gelukkig getrouwd in Turkije, maar door de "juridische en politieke hel" waarin hij verzeild is geraakt, wilde zijn vrouw van hem scheiden.
Het is ook maar beter zo, zegt Çetin op het Utrechtse kantoor van zijn Nederlandse advocaat Dündar Gürses. Zonder partner en kinderen is zijn lot beter te dragen. Hij vindt het al "onverteerbaar" dat zijn ouders en oudste broer (die een vrouw en kind heeft), door zijn politieke problemen genoodzaakt zijn onder te duiken.
Volgens Çetin is hij in de problemen geraakt door een mensensmokkelzaak die hij als rechter behandelde en waarbij "diverse collega's" waren betrokken. Hij wilde zijn collega's niet ontzien en die hebben hem, vermoedt hij, verlinkt. Çetin wordt, net als de prominente Turkse schrijver Orhan Pamuk in oktober 2005, vervolgd wegens "het belasteren van de Turkse identiteit" op grond van artikel 301 van de Turkse strafwet. De aanklacht tegen Pamuk, die in een interview had gezegd dat in Turkije "een miljoen Armeniërs en 30 duizend Koerden werden vermoord", werd in januari 2006 ingetrokken. De juridische motivatie was dat de betrokken wet ten tijde van de gewraakte uitspraken nog niet van kracht was.
Gevoelige onderwerpen
"Anders dan Pamuk heb ik me nooit publiekelijk negatief over Turkije uitgesproken", zegt Çetin. Wel in de privésfeer. "De Armeense kwestie was, wegens de zaak tegen Pamuk, actueel. Het moet in 2005 geweest zijn. We spraken daar over met collega"s in een café, in de buurt van een school. Ik heb toen het woord genocide gebruikt, want ik vind ook dat in 1915 genocide is gepleegd op Armeniërs en andere christelijke minderheden. Ik heb me ook kritisch uitgelaten over de Turkse bezetting van Noord-Cyprus. Gevoelige onderwerpen heb ik niet gemeden, maar dat moet toch kunnen in een privé-setting."
Hij zegt dat de mensensmokkelzaak in augustus 2006 was afgerond en dat rond die tijd zijn problemen zijn begonnen. "Valse aanklachten werden tegen mij ingediend, omdat ik de financiële belangen heb geschaad van het mensensmokkel-, corruptie- en smeergeldnetwerk."
Uiteindelijk zijn er zes zaken tegen hem aangespannen, onder andere door het smokkelnetwerk. Hij kreeg wegens de beschuldiging dat hij de Turkse identiteit beledigde, inspecteurs van Justitie op zijn dak. "Partijdige, arbitraire, politieke showonderzoeken", noemt Çetin het werk van die inspecteurs. "Personen die mij vijandig zijn, omdat ze zaken die ik als rechter had behandeld, hadden verloren. Leden van het mensensmokkelnetwerk werden opgeroepen als getuigen. Wat ik wilde inbrengen werd terzijde geschoven. De inspecteurs hebben me zelfs gek willen laten verklaren en me overgedragen aan het Instituut voor Forensische Geneeskunde, dat onder het ministerie van Justitie valt. Maar ik ben niet ziek, fysiek noch psychisch."
Acht notabelen van het stadje Enez in Oost-Turkije, waar Çetin werkzaam was als rechter, eisten in een brief (van april 2007) aan het Hoge Comité voor Rechters en Officieren van Justitie, zijn rehabilitatie. Zij stelden dat zij en "de hele gemeenschap van Enez" meer dan tevreden zijn over Çetin. Dat er iets mis zou zijn met Çetins gezondheid weerlegden ze in de brief. "Onze bevolking wacht met ongeduld tot hij weer zijn functie bij de Hoge Gerechtigheid zal uitvoeren."
Çetin, die Armeens-Koerdische wortels heeft, heeft tot aan de hoogste instantie toe geprobeerd zijn recht te halen. Ten einde raad schreef hij half november 2009 een brandbrief aan president Abdullah Gül, in de hoop dat deze zou ingrijpen. Hij vertelde daarin hoe trots hij was geweest op "het eervolle en waardige ambt van rechter", dat hij soms kantoorbenodigdheden voor de rechtbank in Enez uit eigen zak betaalde. Uitvoerig maakte hij melding van de complotten tegen hem door het mensensmokkelnetwerk. En van de intimidaties en doodsbedreigingen door rechts nationalistische organisaties als de ülküculer (de Grijze Wolven). Niet alleen aan zijn adres, maar ook aan dat van zijn familie. Hij sloot af met een noodkreet: "Helpt u mij, anders zal ik eraan onderdoor gaan."
Arrestatiebevel
De brief bleef onbeantwoord, de intimidaties namen toe. Begin december 2009 werd hij op bevel van de officier van justitie van Ankara, Ilhan Ayaz, opgeroepen voor verhoor. "Ik vroeg een advocaat, die werd mij geweigerd. Er waren twee agenten bij. Ze wilden dat ik de negatieve uitspraken over de Armeense genocide zou bevestigen. Dat heb ik niet gedaan, anders zou ik worden veroordeeld. Een van de agenten stompte me in mijn gezicht. Zo is mijn kies gebroken. Er werden krassen gemaakt in mijn linkerarm."
Er werd een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd, hij kreeg een uitreisverbod en zijn bankrekeningen werden geblokkeerd. "Voor mij het sein te vluchten. In Turkije heb ik geen leven meer." Met een vervalst Bulgaars paspoort is hij op 12 januari naar Amsterdam gevlogen. Op aanraden van de Turkse mensenrechtenorganisatie IHD en omdat het Nederlandse parlement in 2004 de Armeense genocide heeft erkend. "
Çetin heeft inmiddels drie gesprekken gehad met de IND en wacht nu op een beslissing. Veilig is hij ook in Nederland niet, heeft hij inmiddels ervaren. In maart werd hij op de markt van Deventer aangevallen door vier Nederlands Turkse jongeren. "Ik schat ze begin twintig. Ze moeten me hebben herkend van een foto op internet. Mijn verhaal heeft in de grootste Turkse krant Hürriyet gestaan. Landverrader, riepen ze, we zullen je meenemen naar de Turkse ambassade, dan word je in een pakketje teruggestuurd."
Eind mei werd hij opnieuw bedreigd in Deventer, waar hij in een asielzoekerscentrum zat. Van beide bedreigingen heeft hij aangifte gedaan. Hij is inmiddels op een andere plek in Nederland ondergebracht. Maar echt bang is hij niet. Hij gelooft in de Nederlandse rechtsstaat, zegt hij. "Als ik hier word aangevallen, zal ik worden beschermd." Vurig hoopt hij dat zijn asielaanvraag snel wordt gehonoreerd en dat diplomatieke druk en die van de publieke opinie ervoor zorgen dat zijn familie in Turkije met rust wordt gelaten. "In het uiterste geval moeten ook zij vluchten."
Zijn lot noemt hij illustratief voor de slechte mensenrechtensituatie in Turkije, dat onder druk van de Europese Unie hervormingen doorvoert. Çetin schamper: "Oppervlakkige hervormingen. In de praktijk is weinig veranderd. Koerdische burgemeesters zijn opgepakt op beschuldiging van het hebben van banden met de PKK, duizenden Koerdische kinderen zitten vast. Er is zogenaamd toenadering tot Armenië, maar de grens is nog altijd gesloten. Ogenschijnlijk zijn er meer vrijheden, bijvoorbeeld die van meningsuiting. Maar hoe vrij is die als je zelfs als rechter niet zonder gevaar je politieke opvattingen in de privésfeer kunt ventileren? Ik vind ook dat in 1915 genocide is gepleegd op Armeniërs en andere christenen."
CV
1978 – geboren in Ankara
1996 t/m 2000 – studeerde rechten aan de Gazi universiteit in Ankara
2005 t/m 2009 – werkzaam als rechter
2006 – komt voor het eerst in problemen met de Turkse justitie
2010 – vlucht naar Nederland (januari)