Terug naar vorige pagina 

De Volkskrant, 7 mei 2000
Bron: de Volkskrant

"Het was een geweldige tragedie"
Van onze verslaggever Wio Joustra

ASSEN - Turkoloog Zürcher vindt dat Turken in Armeens gedenkteken moeten berusten. "Los van de schuldvraag vind ik dat de Armeense gemeenschap de ruimte moet hebben om haar doden te herdenken. Want we hebben het hier wel over een geweldige tragedie in de geschiedenis."

De Leidse hoogleraar Turkse taal en cultuur E.J. Zürcher vindt dat de Turken in een Armeens monument in Assen zouden moeten berusten. Zoals ook is gebeurd in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. De kwestie speelt voor het eerst in Nederland en Zürcher geeft toe dat die bijzonder gevoelig ligt bij de Turkse gemeenschap.

Voor de oorzaak van het conflict moet worden teruggegaan naar de Eerste Wereldoorlog, naar 1915. Zürcher: "Turkije nam daaraan deel aan de kant van Duitsland en een van zijn vijanden was Rusland dat begon op te dringen in Oost-Turkije. Sommige nationalistische groepen in Armenië zagen in de Russische opmars de gelegenheid hun verlangen naar een eigen staat te verwezenlijken." Uit angst daarvoor deporteerden de Turkse moslims vervolgens alle in het land wonende Armeense christenen, anderhalf tot twee miljoen in totaal, naar concentratiekampen langs de Eufraat in de Syrische woestijn.

"Deze enorme volksverhuizing werd op een vaak barbaarse manier aangepakt", aldus de Leidse Turkoloog. "Het officiële leger hield zich er buiten, maar heel veel mannen werden omgebracht door speciale moordcommando's. De Armeniërs zeggen anderhalf miljoen, maar dat is onmogelijk. De Turken zeggen tweehonderdduizend, maar dat is veel te laag. De waarheid ligt ergens in het midden. Het conflict is te vergelijken met dat tussen Servië en Bosnië."

In wezen gaat het volgens Zürcher nog altijd om drie geschilpunten. "In de eerste plaats om het aantal slachtoffers. Betrouwbare schattingen gaan uit van 700 tot 800 duizend aan Armeense kant." In de tweede plaats gaat het, vindt Zürcher, om de vraag of het een "bedrijfsongeval" was. Een inter-etnisch conflict zoals de Turken beweren of om volkenmoord zoals de Armenen zeggen.

"De Turken hebben altijd ontkend dat het een doelgerichte politiek was de Armeniërs uit te roeien. Maar ooggetuigen spraken in die tijd van orders uit Istanboel die daar wel op duidden", vertelt Zürcher. "Het derde geschilpunt is of de Turkse republiek, die pas in 1923 is ontstaan, zich voor de etnische schoonmaak van het Osmaanse Rijk verantwoordelijk moet voelen. Nee, zeggen de hedendaagse Turken. Maar dat zou hetzelfde zijn als Duitsland zou ontkennen iets te maken te hebben met de daden van het Duitse Rijk."