Terug naar vorige pagina
De Volkskrant, 5 januari 2001
Bron: de Volkskrant
"Nooit vergeten, dat is ons ingeprent"
Door Janny Groen
Nieuws heeft een korte levensduur. Wat gisteren nieuws was, is de volgende dag vaak vergeten. In een serie artikelen kijken betrokkenen van toen terug. November 2000: Na Turkse intimidatie geeft Assen de Armeniër N. Romashuk alleen toestemming voor het plaatsen van een persoonlijke gedenksteen. Aan volkerenmoord mag niet worden gerefereerd.
Elke schooldag werd Nikolai Romashuk met de "genocide van de Armeniërs" geconfronteerd. Op het bord van zijn school in Jeruzalem stond de levensles, met vette krijtletters geschreven: Als onze kinderen de Turkse gruweldaden vergeten, zal de wereld hen vervloeken.
Romashuk (47), conciërge van een school voor verstandelijk gehandicapten in Assen, zal niet worden vervloekt. Hij doet er alles aan om "de slachting" van zijn volk rond de Eerste Wereldoorlog in de publieke aandacht te houden. Hij graaft nu in de grond van begraafplaats De Boskamp gaten voor zes palen, waarop zijn – omstreden – Armeense gedenksteen zal worden geplaatst. Hij heeft een architect in de arm genomen om de steen "volgens de regels en artistiek verantwoord" te installeren.
De boodschap die hij had willen uitdragen, is verwaterd. Het woord genocide mag van de gemeente niet in de steen worden gebeiteld. Geen enkele verwijzing naar massamoord is toegestaan. "Uitingen in welke vorm dan ook die aanstoot kunnen geven, horen daar (op het kerkhof) niet thuis", schreef de gemeente hem.
Dat de Turken Romashuks gedenksteen als uitermate provocerend ervaren, is duidelijk. Ze hebben geprotesteerd, geïntimideerd, gedreigd. Hebben met mailbommen uit binnen- en buitenland de gemeentelijke elektronische postbus platgelegd. Een systematische, etnische schoonmaak heeft nooit plaatsgevonden, zeggen de Turken. Dus is een Armeens monument misplaatst, een geschiedvervalsing.
Romashuk diept uit een tasje zesgeschiedenisboekjes op. Hij legt ze op tafel, originele vergeelde exemplaren: Gemarteld Armenië, Het bloedige juk van den Turk, Armenische gruwelen, Marteling der Armeniërs in Turkije. "De meeste zijn aan het begin van de vorige eeuw gepubliceerd en stuk voor stuk geschreven door neutrale auteurs", zegt hij en leest een passage voor uit J.B. Charles' Volg het spoor terug. "Sommige Armeniërs waren zo goed geïntegreerd dat de Turken niet onmiddellijk onderscheid konden maken. Mannen moesten hun broek uittrekken en als ze besneden waren, ging de kromme sabel erover."
Zijn oma maakte de slachtingen mee. Ze is met een stroom joods-Armeense slachtoffers naar Jeruzalem gevlucht. Daar is Romashuk geboren en opgegroeid, in een getraumatiseerde vluchtelingengemeenschap. Romashuk: "De vrouwen waren altijd in de rouw, allemaal in het zwart gekleed. Ze vertelden de gruwelijkste verhalen. De broer van mijn oma heeft zelfmoord gepleegd. Mijn moeder is er krankzinnig door geworden." Romashuk, die door zijn oma is opgevoed, voelt zich ook slachtoffer van de genocide.
De Armeniër is in 1976, vlak nadat zijn oma was overleden, naar Nederland vertrokken. Met een Nederlandse vriendin die hij in Jeruzalem leerde kennen. Armeniërs kwam hij nauwelijks tegen in het noorden. Soms ging hij naar Amsterdam. Dan bladerde hij de telefoonboeken door, op zoek naar Armeense namen.
Hij hunkerde naar contact met lotgenoten. Inmiddels wonen zo'n tweehonderd Armeniërs in en rondom Assen. Voldoende zielen om zijn monument een zinvolle betekenis te geven, vindt Romashuk. "Voor jezelf zo'n gedenksteen plaatsen zou belachelijk zijn." Hij kwam met zijn idee in 1998. Benaderde de Armeense zakenman Ashot Vartanian, die enthousiast reageerde. Ze zamelden twintigduizend gulden in.
Vartanian reisde naar Armenië, waar hij van tufsteen een monument liet maken. Hij liet er een tekst in graveren die naar de genocide verwees. Romashuk laat een brief zien van de gemeente, gedateerd op 29 december 1999. "Hier staat toch dat er "voor de omgekomen Armeniërs in de jaren 1910-1920" op mag staan. De gemeente is laf, is na de dreigementen van de Grijze Wolven door de knieën gegaan. Ik mag alleen mijn eigen voorouders herdenken. Dat is nooit de bedoeling geweest."
Toch zal Romashuk zich aan de regels houden. De steen ligt bij een beeldhouwer, die de tekst aanpast. De gemeente heeft Romashuk laten weten dat zij over 24 april, de dag dat de Armeniërs de genocide herdenken, nog overleg wil. Romashuk: "We zullen geen demonstraties houden. We willen herdenken, collectief. Want we mogen niet vergeten. Dat is ons ingeprent."