Terug naar vorige pagina 

De Volkskrant, 28 september 2006
Bron: de Volkskrant

Historici twijfelen niet: het was volkerenmoord
Van onze verslaggeefster Sara de Sloover

Turkije accepteert het gegeven dat er tussen 1915 en 1920 heel veel Armeniërs zijn omgekomen, maar bestrijdt dat het zou gaan om opzettelijke massamoord. Historici zien dat anders.

"Wie herinnert zich de Armeniërs nog", zei Adolf Hitler een paar dagen voor de invasie van Polen. Een van de aanwezigen maakte zich zorgen over hoe latere generaties zouden oordelen over het wrede lot dat de Führer voor de joden in gedachten had, waarop die laatste prompt naar de vergeten massamoord op dit orthodox-christelijke volk in Turkije verwees. Aan het einde van de negentiende eeuw liep het Ottomaanse rijk op zijn laatste benen. Servië, Griekenland en Roemenië waren al onafhankelijk, tsaristisch Rusland snoepte stukken land af.

In het deel dat ongeveer het huidige Turkije omvat, pleegde in 1908 een groep nationalisten onder de naam Jong-Turken een staatsgreep. Hun doel: de stichting van een islamitisch land dat later Turkije zou gaan heten. De orthodox-christelijke Armeniërs zaten daarbij in de weg en moesten verdwijnen, zeggen de voorvechters van het begrip genocide. Van Turkse zijde wordt daartegenin gebracht dat de Ottomaanse heersers nationalistisch getinte opstanden aan het eind van de 19de eeuw altijd hard neersloegen.

Op 24 april 1915, een dag die in Armenië nog elk jaar herdacht wordt, werden in Constantinopel (het latere Istanbul) honderden tot duizenden leden van de Armeense elite vermoord.

De Ottomaanse regering wilde voorkomen dat meer Armeniërs zich bij hun belangrijkste natuurlijke bondgenoot Rusland zouden aansluiten en besloot een kleine twee miljoen Armeniërs te deporteren naar Syrië, op dat moment nog een zuidelijke provincie van het rijk. Deze deportatie liep verschrikkelijk uit de hand.

Onder historici bestaat geen enkele twijfel meer dat de Armeniërs het slachtoffer zijn geworden van een genocide, zegt Uğur Ümit Üngör, staflid bij het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies van de Universiteit van Amsterdam. De directeur van het centrum, prof. Johannes Houwink ten Cate, bevestigt dat. "Het woord genocide is pas uitgevonden in de Tweede Wereldoorlog, maar in 1915 waren er al mensen, zoals de Amerikaanse ambassadeur in Constantinopel, die beseften dat ze met een nieuw fenomeen te maken hadden."

Historische schattingen over het aantal Armeniërs die in kampen of tijdens voettochten naar de Syrische woestijn omkwamen, lopen uiteen van 300 duizend tot anderhalf miljoen. "We weten niet eens hoeveel Armeniërs er toen in het Ottomaanse rijk woonden. Van het aantal doden bestaan dus alleen ruwe schattingen", zegt Houwink ten Cate.

De huidige Turkse regering weigert de gebeurtenissen als genocide te bestempelen. Er zijn wel veel Armeniërs in Oost-Turkije gestorven, maar dan voornamelijk door hongersnood en ontberingen. Van een opzettelijke georganiseerde massamoord was geen sprake, luidt de officiële lezing.

"Als de omstandigheden bij deportaties zodanig zijn dat heel veel mensen erbij omkomen, dan is dat ook massamoord", zegt Houwink ten Cate. "In de Turkse visie moesten de Armeniërs wel gedood worden omdat ze politiek en militair niet betrouwbaar waren en een deel zich bij Rusland had aangesloten. Maar dat is een typisch excuus bij genocide: jij had het niet gemunt op de uitgemoorde minderheid, maar de uitgemoorde minderheid op jou."

"In elk geval is het voor Turkije als democratische staat van belang over het verleden te praten", vindt Ten Cate. Veel inwoners van het huidige Turkije hebben trouwens zonder het te beseffen Armeense voorouders. "Talloze Armeense vrouwen en kinderen hebben hun eigen leven gered door zich tot de islam te bekeren, en werden daarna gedwongen opgenomen in Turkse gezinnen. Maar of Turkije de moordpartij uiteindelijk zal erkennen als een genocide, is een politieke kwestie. Geen historische."