Terug naar vorige pagina 

De Volkskrant, 26 september 2006
Bron: de Volkskrant

"Moet een Turks Kamerlid heiliger zijn?"
Van onze verslaggever Mark Misérus

DEN HAAG - Er wordt volop gediscussieerd over de grootschalige moord van Turkije op Armeniërs in 1915. Moeten Kamerleden met een Turkse achtergrond het partijstandpunt uitdragen?

Nu de discussie over de Armeense genocide opnieuw is opgelaaid, wil PvdA-partijvoorzitter Michiel van Hulten voorkomen dat er met twee maten wordt gemeten. "Het kan niet zo zijn
dat men zegt: deze man is Turk, dus zou hij heiliger moeten zijn dan andere aspirant-Kamerleden."

Van Hulten doelt op Erdinc Sacan, nummer 53 op de PvdA-kandidatenlijst voor de verkiezingen. Sacan is behalve directeur van een marketing- en adviesbureau volgens de krant Trouw beheerder van www.siyaset.nl. Op die website zijn Turks-Nederlandse politici actief die de Armeense genocide ontkennen.

Van Hulten noemt het "logisch" dat hem is gevraagd naar de rol van Sacan, maar vindt het "niet kies" hoe in de media over Sacan is bericht. "Hij is geen crimineel. Bovendien heeft hij zich achter het standpunt van de partij geschaard. Daarmee is voor ons de kous af."

De kwestie over de grootschalige moord van Turkije op de Armeniërs in 1915, sleept zich al jaren voort, met name op europolitiek niveau. De Turkse staat weigert de genocide formeel te erkennen. Andere landen, waaronder Nederland, hebben dit wel gedaan.

Onlangs werd de discussie nieuw leven ingeblazen. Twee Turkse aspirant-Kamerleden van het CDA ontkennen al jaren de genocide, terwijl hun partij vindt dat Turkije de volkerenmoord moet erkennen.

Vrijdag schaarden Ayhan Tonca en Osman Elmaci zich alsnog achter het partijstandpunt. Ze onderschreven de motie die december 2004 door de ChristenUnie werd ingediend. Alle Kamerfracties stemden toen in met het voorstel de Armeense genocide te erkennen.

Op de ommezwaai van Tonca en Elmaci, de nummers 35 en 56 op de kandidatenlijst voor de verkiezingen, wil het CDA geen commentaar geven. "We begrijpen dat de gang van zaken vragen oproept, maar de affaire is afgesloten", zegt een woordvoerder van de partij. Tonca en Elmaci waren maandag niet bereikbaar voor commentaar, evenals PvdA'er Sacan.

Van Hulten zegt zich te kunnen verplaatsen in de situatie van de Turkse Nederlanders, voor wie de Armeense genocide in veel gevallen een dilemma vormt. In Turkije moesten ze de volkerenmoord ontkennen – de staat verplicht het zijn burgers –, maar in Nederland dienen ze het tegenovergestelde standpunt uit te dragen.

"Het ontkennen is hier een onderdeel van het integratievraagstuk", aldus Van Hulten. "Maar veel van die mensen dragen een heel andere geschiedenis met zich mee. Dan is het begrijpelijk dat in een partij spanningen ontstaan."

Het PvdA-Kamerlid Nebahat Albayrak wil liever niet inhoudelijk op de situatie reageren, omdat ze haar mening over de Armeense genocide nog niet heeft geformuleerd. Ze was 2 jaar toen ze met haar ouders vanuit Turkije naar Nederland verhuisde. Van de historie van het Ottomaanse Rijk had ze nooit gehoord.

Niettemin pleit Albayrak ervoor de Armeense kwestie niet belangrijker te maken dan zij is. "Ik ken de heftigheid van de discussie niet. Maar het is echt niet zo dat alle Turken in Nederland hiermee 24 uur per dag bezig zijn."