Terug naar vorige pagina
De Volkskrant, 26 februari 2007
Bron: de Volkskrant
"We hadden er al 2 miljoen in zitten"
Van onze verslaggever Harmen Bockma
AMSTERDAM - Nieuwe Kerk-directeur Ernst Veen wist Turken niet te vermurwen. "Ik ben kwaad geworden, alles."
Directeur Ernst Veen van De Nieuwe Kerk zegt dat hij "grijze haren" heeft gekregen van de problemen die in oktober vorig jaar rezen over vier artikelen van Nederlandse wetenschappers in de catalogus bij de tentoonstelling Istanbul. De Stad en de Sultan. Volkomen onverwacht eiste de Turkse overheid inzage in de artikelen.
Passages over de Armeense genocide, homoseksualiteit in het Ottomaanse rijk en de stichting van de stad door Griekse kolonisten konden niet door de beugel, vonden de Turken. De Nieuwe Kerk besloot daarop de vier gewraakte artikelen in hun geheel uit de catalogus te houden.
Stond in het contract dat de Turkse autoriteiten vetorecht hadden?
"Dit regel je niet in contracten, dit is een zaak van onderling vertrouwen. Pas toen in Nederland in CDA en PvdA ophef ontstond over de Armeense genocide, sloeg de stemming in Turkije om."
Wat was het probleem?
"Onder andere de term ethnic cleansing in een artikel over de Osmaanse geschiedenis, waarin wordt verteld over het lot van de Armeense minderheid in 1915 en de jaren daarna. Het staat in alle literatuur, maar voor de Turken was het onbespreekbaar. Ik heb me zeer verbaasd over de grote én kleine dingen – zoals homoseksualiteit in de badhuizen – waar bezwaar tegen werd gemaakt."
Heeft u geprobeerd de passages overeind te houden?
"In twaalf dagen ben ik twee keer naar Ankara gegaan, om de directeuren-generaal van de ministeries van Cultuur en Buitenlandse Zaken te spreken. Ons ministerie van Buitenlandse Zaken heeft getracht te bemiddelen. Onze ambassadeur in Turkije, Marcel Kurpershoek, was bij de gesprekken aanwezig. Ik heb alles geprobeerd: gewezen op het grote goed van de wetenschappelijke vrijheid, ik ben kwaad geworden, alles."
Was het voor Ankara óf de catalogus, óf de tentoonstelling?
"Zo letterlijk is het niet gezegd, maar dat was wel de realiteit."
Er is veel kritiek gekomen op uw beslissing de teksten dan maar uit de catalogus te houden. De Nieuwe Kerk zou zijn gezwicht voor door Turkije opgelegde censuur.
"De tentoonstelling, de basis, is precies zo geworden als wij wilden. In de catalogus, een bijproduct, wordt verwezen naar alle relevante literatuur. Die is ook te vinden in onze museumwinkel. Daar is geen enkele bemoeienis mee geweest, dat zou natuurlijk volledig te gek zijn."
U had uw rug recht moeten houden, stellen critici.
"Ik begrijp ook wel dat men zegt: Veen, je had alles moeten afblazen. Maar je moet een afweging maken. Dit gebeurde twee maanden voor de opening half december. We waren er op dat moment al twee jaar mee bezig, we hadden er al 2 miljoen euro ingestoken. Als ik toen was gestopt, zou dat voor ons als particuliere stichting een zeer grote inkomstenderving zijn geweest. Bovendien hebben we rond de tentoonstelling uitgebreide activiteiten, waarin alle zaken die in de artikelen stonden, uitgebreid aan de orde komen."
Voor Marokko bent u ook al een keer door de knieën gegaan.
"Met de Marokkanen hadden we tot het allerlaatst een plezierig samenwerking. De dag voor de opening van de tentoonstelling maakten ze bezwaar tegen een landkaart in de catalogus. Die hebben we toen moeten aanpassen. In de 25 jaar dat de stichting De Nieuwe Kerk bestaat, hebben we bij twee tentoonstellingen problemen gehad, bij de overige 48 niet."
U wijst graag op de brugfunctie die De Nieuwe Kerk wil vervullen.
"In onze multiculturele samenleving, met alle spanningen en geweld, wil De Nieuwe Kerk graag een maatschappelijke rol vervullen, een plek van ontmoeting zijn. In twee maanden tijd hebben we 85 duizend bezoekers gehad, waarvan bijna 35 procent nieuwe Nederlanders. Dat is uniek. We willen inzicht bieden in andere culturen en vooroordelen doorbreken."
Maar door de catalogus aan te passen, haalt u wel de scherpe randjes er vanaf.
"Het is boeiend, al die culturen, maar deze zaak maakt ook duidelijk dat er nog heel veel moet gebeuren. Er moet nog veel met elkaar gesproken worden. En we gaan de Nederlandse Museumvereniging vragen hier een symposium over te organiseren. Nu wordt gedaan alsof wij de enigen zijn, maar dat is zeker niet zo. Voorbeelden heb ik niet bij de hand, maar collega's hoor ik er vaker over."