Terug naar vorige pagina 

De Volkskrant, 24 december 2008
Bron: de Volkskrant

Turkije zonder Europese bril
Door Eric Outshoorn

AMSTERDAM - Ja, Caroline Finkel heeft zich behoorlijk geërgerd aan het soort historici dat met een eurocentrische bril naar het Ottomaanse rijk of zijn erfgenaam, de moderne Turkse republiek, kijkt. Er hangt een ijzeren gordijn van wanbegrip tussen het Westen en de moslims, schrijft zij in de inleiding van haar boek Osman's Dream, waarvan de Nederlandse vertaling De Droom van Osman (Uitgeverij Mets & Schilt) recent is verschenen. "De ergste aanmatiging is te vragen waarom "zij" niet zo zijn als "wij". Om lui en kritiekloos uit te gaan van onze eigen culturele vooroordelen, en het probleem samen te vatten in termen van "wat ging er verkeerd?", zo schrijft zij.

Dat klinkt als een aanval op de Brits-Amerikaanse historicus Bernard Lewis en zijn boek What Went Wrong?: The Clash Between Islam and Modernity in the Middle East.

"Dat is het ook wel", beaamt Finkel, die in Nederland is ter promotie van de Nederlandse versie van haar boek. "De meeste Europese historici weten maar weinig over het Ottomaanse rijk en bovendien zijn ze te zeer bevangen door een Europese kijk."

Finkel heeft haar boek geschreven in een poging een einde te maken aan de onbekendheid van westerlingen met de roemruchte geschiedenis van de Ottomanen. Dat geldt overigens evenzeer de moderne Turken die weinig afweten van hun verleden.

Vandaar dat Finkel verheugd is dat haar boek is vertaald in het Turks en daar ook nog positief is ontvangen. Niet voor niets laat zij haar boek niet ophouden bij de definitieve val van het Ottomaanse rijk aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, maar pas in 1927 als de Turkse Vader des Vaderlands – Mustafa Kemal Atatürk – stevig in het zadel zit.

"Er is gelukkig sprake van een herwaardering van de Ottomaanse erfenis. De Turken hadden het contact daarmee totaal verloren (mede door het teloorgaan van het Arabische schrift toen Atatürk eind jaren twintig het Latijnse schrift invoerde, red.)", zegt Finkel. "Aan die herlevende belangstelling hebben de zogeheten imam hatip-scholen (de koranscholen in Turkije) een flinke bijdrage geleverd."

En dat de Turken de directe erfgenamen zijn van de sultans is volgens Finkel duidelijk te zien aan de onveranderde houding van de onderdanen tegen de staat. "Iedereen moet zijn plaats in de maatschappelijke orde kennen en doet dat ook." Atatürk mag de maatschappij dan wel op haar kop hebben gezet, de onderdanigheid van de burger ten opzichte van de machtige staat is gebleven.

Critici van Finkel vinden dat de historica de massamoorden in 1915 op de Armeense bevolking van het zieltogende rijk wel heel kort en oppervlakkig afdoet en daarbij bovendien nogal wat begrip toont voor de Ottomanen. Die critici doen haar tekort, betoogt ze. Ze bewondert het geruchtmakende boek over de Armeense genocide van de Turkse historicus Taner Akçam juist vanwege diens uitgesproken visie.

Maar een van Akçams grootste tegenstanders, de Amerikaanse "genocide-ontkenner" Justin McCarthy, kan ook op haar waardering rekenen. "Hij is belangrijk omdat hij ook aandacht schenkt aan de talrijke Turkse moslimslachtoffers in die tijd. Maar zijn visie dat die doden het Armeense slachtofferschap uitsluiten, is niet acceptabel. Dat zijn twee verschillende zaken."

Caroline Finkel heeft de Nederlandse vertaling van haar boek niet kunnen toetsen aan het origineel, want Nederlands kent ze niet. Vertaler Wiecher Hulst heeft zijn best gedaan. Hij is dichtbij de bron gebleven, maar het resultaat had wat sprankelender gekund. Hulst is niet vies van archaïsmen als "weerspannige bedoeïenenstammen" of "rouwmoedigen" en zo ademt de Nederlandse versie af en toe een wat belegen lucht uit. Finkel elegant: "Dat ligt misschien wel aan de kwaliteit van het origineel."