Terug naar vorige pagina 

De Volkskrant, 10 november 2006
Bron: de Volkskrant

"Europa blijft piekeren over wat Europa is"
Door Martin Sommer

Voor Tony Judt is Europa de herinnering aan Auschwitz. De Britse kosmopolitische historicus was in Nederland vanwege de vertaling van zijn duizend pagina's tellende boek over Europa sinds 1945. "Canon, canon? Een wikicanon?"

Tony Judt is een telg uit een joods geslacht uit Oost-Europa, geboren in Engeland, geschoold in Cambridge en op de Franse école Normale Supérieure, gespecialiseerd in de Franse geschiedenis , werkzaam aan de University of New York en kind aan huis bij de links-liberale New York Review of Books. Op een Haagse debatavond met Frits Bolkestein heeft hij al een reeks interviews achter de kiezen. Maar zijn woordenvloed hapert geen moment – of de vraag nu de Franse verkramping, de Turkse toelating of de Israëlische bezetting betreft.

Zijn beheersing van een magistraal spectrum demonstreert hij met de verschijning van de duizend pagina's dikke pil die zojuist is vertaald onder de titel Na de oorlog – Een geschiedenis van Europa sinds 1945, een boek dat uitwaaiert van Stavanger tot Saloniki en van Smolensk tot Santiago de Compostela.

Tony Judt is bezig met zijn toernee om het boek aan de man te brengen. Al die interviewers vragen naar kwesties die toch vooral zichzelf aanbelangen, moppert hij mild. In Spanje wilden ze allemaal over de regionalisering weten, en de Duitsers allemaal over hun "herinneringsarbeid". Dat laatste komt mooi uit: wat vindt hij van een historische canon in Nederland? "Canon, canon?" Het woord canon blijkt in het Engels niet te bestaan – iets van geautoriseerde of officiële geschiedenis lijkt er nog het meest op. Hij trekt er een frons bij. "Wat is de functie, toch niet om het debat af te sluiten?" Dat is niet zo één twee drie uit te leggen, met de uitnodigende vensters van Frits van Oostrom op het verleden, waarna je het jouwe kunt toevoegen. "Een wikicanon?" Dat lijkt Tony Judt geen serieuze geschiedenis.

Over gemeenschappelijke herinneringen gesproken, daar zijn ze in Europa allemaal enorm druk mee, merkt hij op. En inderdaad, op de Haagse debatavond hoefde hij niet lang te wachten. Vraag één van Frits Bolkestein: meneer Judt, wat is de Europese identiteit?

"Dat is nou echt een Europese vraag", had hij eerder op de dag op precies dezelfde vraag geantwoord. "Ik wil niet postmodern zijn, maar Europa zit vol mensen die zitten te piekeren wat Europa dan wel niet is. Europa heeft een geschiedenis, en je kunt de klok niet stilzetten en vaststellen: dit is Europa. Je kunt wel zeggen: dit is Europa zoals de meeste mensen ertegenaan kijken. Ik wilde dus ook geen universele geschiedenis van Europa schrijven, en het is dus een persoonlijk, heel geopinieerd boek geworden. Voor mij is Europa de plek in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog en de herinnering aan Auschwitz."

"Daar gaat het laatste hoofdstuk over. Ik wilde het niet in het verhaal zelf stoppen, dat zou geschiedvervalsing zijn. Want het bewustzijn van Auschwitz kwam pas in de jaren zestig, zeventig. Tot die tijd werd de Endlösung eigenlijk niet heel belangrijk gevonden. In de Franse geschiedschrijving van nu bijvoorbeeld is de medeplichtigheid van Vichy een kernstuk. Maar in de boeken tot de jaren zeventig werd aan de jodenvervolging helemaal geen aandacht besteed. Dat klinkt gek, maar ikzelf ben van die houding het beste voorbeeld. Ik studeerde in die tijd Franse geschiedenis, en het was mij niet opgevallen dat er een merkwaardige leemte was. Terwijl ik zelf jood ben, en een deel van mijn familie in Frankrijk is vermoord!"

Is dat niet een historisch probleem: ze hadden het toen niet in de gaten, en toch is het voor ons het belangrijkste kenmerk van die periode.
"Dat is de paradox, op het kruispunt van de historicus en de burger. Wat die laatste betreft heb ik geen twijfel. Auschwitz is het belangrijkste gemeenschappelijke bewustzijn in Europa. Europeaan zijn betekent: die geschiedenis erkennen. Maar als historicus zeg ik: dit zo onderstrepen is ook gevaarlijk. Ik kom weleens op scholen. En dan blijkt vaak dat die kinderen alleen maar de Tweede Wereldoorlog hebben gehad, en dan alleen nog maar de holocaust. Dat kan moreel voorbeeldig zijn, maar het is wel slechte geschiedenis. Want toentertijd stond die holocaust helemaal niet centraal. De meeste Fransen dachten niet: ze brengen alle joden om maar wat kan ons het schelen. Die wisten het niet of het was ver weg. Die oorlog ging helemaal niet om de joden. In wezen waren er maar twee groepen voor wie de Endlösung een centrale plaats innam: dat waren de joden en de nazi's."

Is dat centrale Auschwitz-bewustzijn ook de reden waarom de Armeense genocide plotseling zo opspeelt, in Frankrijk en in Nederland?
"Hier spelen twee dingen door elkaar. Om te beginnen wordt de categorie genocide gebruikt om het goede gedrag vast te stellen. Op een calvinistische manier: een land dat zijn genocide erkent, is het waard om mee te mogen doen in Europa. Ik herinner me dat president Kwasniewski van Polen een speech hield en zijn berouw uitsprak over de Poolse rol in de holocaust. Een Poolse vriend zij me: dat doet hij omdat dat de prijs is om lid te worden van de EU. Paris vaut bien une messe. Maar dan raak je aan het tweede element. De houding tegenover Turkije en de Turken. De Europese politici, Sarkozy en Merkel bijvoorbeeld, gebruiken die Armeense genocide heel instrumenteel – ze willen de Turken er niet bij hebben."

Desondanks blijft het toch een belangrijke morele kwestie?
"Zeker, en dat moet ook. Maar vanuit het standpunt van de Turken bezien is het wel heel toevallig dat dit zo'n rol speelt, juist nu Turkije aansluiting zoekt bij Europa. Politici die daar misbruik van maken, verliezen hun morele legitimiteit. Mijn eigen idee is dat Turkije moet leren praten over de massamoord op de Armeniërs. Maar dat dwing je niet af door het illegaal te maken om die genocide te ontkennen. Dat is idioot. Ja, het was een genocide, als dat woord enige betekenis heeft. Geen twijfel over. De Turken maakten gebruik van de omstandigheden van de Eerste Wereldoorlog om de Armeniërs te vernietigen. Dat is niet onderhandelbaar. Daar moet over gepraat worden, maar wel in Turkije. Wij hoeven niet moreel hoog te paard te zitten. Pamuk is daar heel duidelijk over: het is goedkoop om daarover in Parijs of New York of Amsterdam op hoge toon te discussiëren."

Alles wat met etnische verschillen te maken heeft, is tegenwoordig enorm beladen. Uit uw boek krijg ik de indruk dat Europa daarmee in het verleden ontspannener omging.
"We moeten niet nostalgisch zijn – denk aan de veelvuldige pogroms. Maar een eeuw geleden had je in multi-etnische steden als Sarajevo en Saloniki, in Boedapest en Wenen, gecompliceerde mengelingen, verschillende talen, groepen, allemaal onderdeel van het Habsburgse Rijk. Joden, Duitsers, Tsjechen, Polen, ze hadden allemaal hun plaats. Dit werd na de Eerste Wereldoorlog vernietigd door het uiteenvallen van Habsburg en de opkomst van de nationale staten. Neem Polen, of Roemenië, waar de nationale identiteit samenviel met het ideaal van taalkundige en religieuze homogeniteit. Een Pool is een Pools sprekende katholiek, dus geen orthodoxe Oekraïener of een jiddisch sprekende jood of Duits sprekende protestant. Na de Eerste Wereldoorlog nam de spanning enorm toe. De grenzen waren veranderd, maar de minderheden waren op hun plaats gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog was dat anders. Dankzij Hitler of Stalin waren de minderheden ofwel vermoord, ofwel verplaatst door wat we nu ethnic cleansing zouden noemen. De joden vermoord door de Duitsers, de Duitsers eruitgegooid door de Tsjechen of de Polen. Zo werd Europa voor het eerst in de geschiedenis een homogeen continent."

Zou het kunnen dat we zijn vergeten hoe er geleefd moet worden in een multi-etnische samenleving en dat dat vandaag allerlei moeilijkheden verklaart?
"Zeker. Bij die etnische eenvormigheid van Europa kwam ook nog eens de dekolonisatie. Nederlanders, Belgen, Fransen en Britten trokken zich terug uit de wereld. Ze kwamen thuis. En tot de voormalige gekoloniseerden achter hen aankwamen, was er een periode – de jaren vijftig tot zeventig – dat Europa blank was, met een opmerkelijk gebrek aan interne diversiteit. Dat verklaart ten dele de stabiliteit. Ik ben opgegroeid in een Engeland waar maar één minderheid was, de joden – en wij waren onzichtbaar."

We zijn dingen vergeten die we hadden moeten onthouden – en aan de andere kant schrijft u dat er ook te veel kan worden onthouden. Wat is een juiste hoeveelheid geschiedenis?
"Haha, goede geschiedenis kan er niet genoeg zijn. Je kunt niet vergeten voordat je je herinnert. We kunnen geen dingen afsluiten voordat ze academisch en in het openbaar besproken zijn. In Frankrijk is bijvoorbeeld twintig jaar lang een pijnlijk debat gevoerd over Vichy. Dat begon in 1974, toen twee buitenlandse historici – het móesten wel buitenlanders zijn: Paxton en Jäckel – de rol van Vichy uit de doeken deden. En het duurde tot 1995. Chirac erkende toen publiekelijk dat Frankrijk een rol had gespeeld bij de jodenmoord. Vichy kwam niet van Mars. Toen was het over. Het is niet vergeten, maar het pijnlijke, gevoelige gepraat over schuld en verantwoordelijkheid is weg."

"In Washington heb je het Holocaust Memorial Museum in Washington. Heel groot, vol met indrukwekkende informatie, bewegende beelden, data, films over de Duitse vernietiging van de joden. Na twee uur sta je weer buiten, platgeslagen van de horror. En dan zie je een plaquette op de muur, en daar staat: wat je hebt gezien gaat niet over Duitsers en joden, maar over het universele kwaad dat mensen elkaar aandoen. Dat is een mooi sentiment, maar het is wel flauwekul."

"Dat museum gaat wel degelijk over wat Duitsers joden aandeden. Maar die honderdduizenden schoolkinderen krijgen de boodschap: wij zijn allemaal slachtoffers, of we kunnen allemaal moordenaars worden. De consequentie daarvan is briljant verwoord door de Amerikaanse journalist David Rieff. Dat was in 1995, in de tijd van de Bosnische oorlog en Rwanda. Clinton had in dat verband allerlei speeches gegeven over de lessen van de holocaust en never again of nie wieder. Maar wat betekent never again? David Rieff schreef: dat betekent dat Duitsers nooit meer joden zullen vermoorden in 1942 in Warschau. De rest is symboliek. Als we maar doorgaan en zeggen dat Auschwitz gaat over Bosnië en van alles en nog wat, dan gaat het uiteindelijk over niets."