Terug naar vorige pagina 

Trouw, 4 januari 2001
Bron: Trouw

Lobbyclubs minderheden vallen door de mand
Door Yucel Yesilgozy

De Nederlandse overheid gaat te makkelijk te rade bij het minderhedencircuit, wanneer ze zich ziet gesteld voor een etnisch getint probleem. Belangenorganisaties van etnische groeperingen zijn echter een te wantrouwen gesprekspartner, die werkt met een verborgen agenda.

Het is in Nederland not done om keiharde feiten te benoemen. Even onfatsoenlijk is het om gesprekspartners met zulke feiten om de oren te slaan. Het moet gezellig blijven. Slechts een enkeling durft te wijzen op het ronduit mislukte minderhedenbeleid: bijna vijftig procent van de gedetineerden bestaat uit leden van etnische minderheden. Onder hen is de werkloosheid minstens twee keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. Ze hebben forse achterstanden in het onderwijs en op de woningmarkt.

En wat blijkt, als klap op de vuurpijl? De situatie van de etnische minderheden in Nederland is slechter dan die van hun lotgenoten in de omringende landen, zoals in Duitsland, waar men geen specifiek minderhedenbeleid heeft. Dat ons minderhedenbeleid zelfs tot uitwassen leidt, toont de geruchtmakende bloedwraak onder Koerden in Zevenaar. Ongewild heeft deze bloedwraak ertoe geleid dat de lobby van minderheden door de mand is gevallen – ontmaskerd en betrapt op een verborgen agenda.

Een mooi staaltje daarvan werd onlangs vertoond in het tv-programma Nova. Minister Van Boxtel werd bevraagd over de bloedwraak onder Koerden in Zevenaar. Zijn antwoord? De minister heeft binnenkort een afspraak met het IOT (Inspraak Orgaan Turken). Met dit orgaan zal hij overleggen over de kwestie.

Op het eerste gezicht lijkt het een logisch antwoord. Overleg is immers de norm in een democratisch land. Bovendien is het IOT een door Nederland erkende organisatie die gevraagd of ongevraagd advies moet geven aan de Nederlandse regering. Het IOT wordt gefinancierd door de Nederlandse overheid.

Wat zullen de leden van het IOT melden wanneer de minister tegenover hen zit? Zeer waarschijnlijk zullen ze vertellen dat die bloedwraak een "incident" was. Het IOT noemt zowat alles een incident. Ze zullen toevoegen dat bloedwraak vooral voorkomt onder Koerden.

Zal de minister alles voor zoete koek slikken of weet hij beter? Beseft hij bijvoorbeeld dat het IOT achter loopt op de maatschappelijke ontwikkelingen? Wie het IOT volgt, ontdekt bovendien een voorspelbaar patroon: wat er ook gebeurt, eerst ontkennen. Wordt het onderwerp publiekelijk bekend, zoals erewraak, dan vragen ze subsidie aan voor verder "onderzoek". Het huidige thema is de bloedwraak onder Koerden. Wist de minister wel dat Koerden niet vertegenwoordigd zijn binnen het IOT, voordat hij een brief van de Federatie van Koerden in Nederland over deze kwestie heeft ontvangen?

Met die wetenschap wordt duidelijk dat het IOT niet altijd objectieve adviezen kan geven. Dat is zeker het geval wanneer er belangen meespelen van de Turkse republiek.

Spookbeelden? Nee. Want in het bestuur van het IOT zit iemand die door Turkije benoemd is als Turkse volksvertegenwoordiger. Dit IOT-lid moet ervoor zorgen dat de Turkse belangen behartigd worden. Geen wonder dat het IOT op gezette tijden in actie komt. Neem de gemeente Assen. Zij maakte plannen voor een monument wegens de Armeense genocide, aan het begin van de vorige eeuw, door het Turkse regime. Het IOT toonde zich buitengewoon actief met protesten en acties tegen een dergelijk monument.

De "Turkse volksvertegenwoordiger" in het bestuur van het IOT zal tegenwerpen dat zij die functie heeft geaccepteerd om Turkije te helpen met het democratiseringsproces. Eenzelfde argument komt van Ahmed Aboutaleb, directeur van het Nederlandse instituut voor multiculturele samenleving Forum. Aboutaleb uitte woorden van gelijke strekking toen bekend werd dat hij adviseur is van de Marokkaanse koning.

In eerste instantie denk je: wat voor kwaad schuilt daarin? Pas later werd duidelijk wat Aboutaleb onder "democratie" verstaat. In NRC Handelsblad van 1 december stond een artikel over een toneelstukje dat over de jongste vrouw van de profeet Mohammed gaat. In Rome werd het stuk opgevoerd. In Rotterdam daarentegen werd het afgelast vanwege protesten van moslims. Hoe reageert Forum-directeur Aboutaleb hierop? Hij zegt: "Ik heb het gelezen en ik zag geen enkel bezwaar. Het stuk is namelijk helemaal opgebouwd uit religieus officieel goedgekeurde Koran-teksten en goedkeurde overgeleverde uitspraken van de profeet en zijn vrouw Aisja."

Let op: de directeur is tegen een verbod van een toneelstuk, omdat het goedgekeurd is en gebaseerd is op de Koran. Aboutaleb gaat nog verder: "Over zulke belangrijke kwesties in de gehele islamitische gemeenschap, de umma, moet een groep van gezaghebbende mannen oordelen." En het is in de umma algemeen aanvaard dat deze gezagsdragers zich bevinden aan de Al Azhar-universiteit in Cairo, aldus Aboutaleb.

Het loont de moeite om tussen de regels door te lezen. Wat bedoelt de Forum-directeur? Hij meent dat men in het algemeen een fatwa moet vragen voor een toneelstuk. Anders gezegd: men heeft de goedkeuring nodig van de geestelijken waar de Koranwetgeving van de sharia geldt. Aboutaleb lijkt te vergeten dat Nederland geen sharia-land is. Evenmin is Nederland een katholiek of protestants land dat de goedkeuring van de paus of wie dan ook nodig heeft. Nederland is seculier.

Het kan niet anders of enkele Haagse politici zijn op de hoogte van de verborgen agenda's van sommige kopstukken in het minderhedencircuit. Desondanks geven die politici alle ruimte, en niet te vergeten ook subsidie, aan degenen die voor hun duistere en zelfs dictatoriale doeleinden bezig zijn.

Nog kwalijker is het dat de leden van etnische minderheden herhaaldelijk de dupe worden van het minderhedenbeleid. Een oud Hollands gezegde komt nu van pas: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Waarmee bedoeld is: schaf in ieder geval dit deel van het minderhedenbeleid af. En laat de belangenorganisaties van minderheden geen gesprekspartner meer zijn.

Dr. Yucel Yesilgoz is als criminoloog verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht