Terug naar vorige pagina
Trouw, 30 september 2006
Bron: Trouw
Duizenden lijken aan elkaar vastgebonden
Door Judit Neurink
Er is ruim voldoende onderzoek gedaan dat bewijst dat de Armeense genocide een historisch feit is, zegt de Britse journalist Robert Fisk. En dat de Duitsers die kennis hebben gebruikt voor de Joodse holocaust. "De bewijzen zijn overweldigend en duidelijk. Er is een geplande massamoord geweest op een christelijk volk." Robert Fisk herhaalt het steeds, nadrukkelijk en vol overtuiging, aan de telefoon in zijn woonplaats Beiroet. "Er is historisch onderzoek genoeg naar gedaan."
De Britse journalist reageert op uitingen van Turkse politici in Nederland. Fisk besteedde een hoofdstuk in zijn magnum opus "De Grote Beschavingsoorlog" aan wat hij "de eerste holocaust" noemt. Daarin beschrijft hij hoe hij in het huidige Syrië op zoek ging naar een massagraf bij de rivier Haboer. Op een heuvel stuitte hij op schedels en botten.
"Iedere paar centimeter modder onthulde een dijbeen, een schedel, een gebit, een kuitbeen en oogkassen, samengeperst, net zo strak op elkaar gepakt als op die dag in 1915 toen ze in doodsangst stierven, bij duizenden tegelijk, met een touw aan elkaar vastgebonden", schrijft hij. Hij realiseert zich dat hier 50.000 lijken moeten liggen.
"En ik bedacht me dat de wateren van de Haboer misschien, net zoals die van de Eufraat die een andere bedding hadden moeten zoeken vanwege de massale opeenhoping van lijken, ook verstopt waren geraakt met stoffelijke resten en dat haar loop daarom was verlegd."
Fisk gaat in zijn boek uit van getuigenverklaringen, eigen waarneming en documenten. Getuigen in de vorm van stokoude Armeniërs die in Beiroet verzeilden nadat ze de massamoord overleefden. In de vorm van nabestaanden, die de verhalen uit hun familie vertelden. Zoals Boghos Dakessian, wiens grootvader slachtoffer was, die hem vertelde: "De Turken brachten hier volledige families naartoe om ze te doden. Ze bonden ze vast in rijen, mannen, kinderen, vrouwen, de meesten van hen uitgehongerd en ziek, velen naakt. Vervolgens duwden ze hen van de heuvel in de rivier en schoten een van hen dood. Het dode lichaam trok de anderen mee naar beneden en zo verdronken ze allemaal."
Van de vele documenten die Fisk aanhaalt, vallen de artikelen uit de New York Times op. De krant doet vrijwel dagelijks verslag van wat het massamoord noemt, met details over wreedheden, deportaties en kindermoord. Op 7 oktober 1915 staat op de voorpagina de kop "Naar schatting 800.000 Armeniërs vermoord, 10.000 gelijktijdig verdronken".
Fisk wijst op de rapporten van Amerikaanse diplomaten. De consul in Harpoet, Leslie Davis, trok te paard door de Armeense "dodenvelden" en beschreef ze. Britse diplomaten stuurden rapporten naar huis. Fisk haalt een brief aan van een Britse zakenman, die vertelt hoe karren door Aleppo reden om Armeense doden af te voeren.
Belangrijk zijn ook de foto's van Duitse artsen. "Daarop worden mensen afgevoerd in veewagons. De Duitsers trainden het Ottomaanse leger. Later gebruikten zij zelf veewagons om Joden af te voeren."
Die Duitse connectie probeert hij in het boek hard te maken. Hij bezoekt een grot waar 5000 Armeniërs zijn vermoord, door een vuur te maken voor de opening waarna allen in de grot stikten. "Hier, in deze koude, droge woestijn, hadden de Turken een barst in de aardkorst gebruikt als eerste gaskamer van de twintigste eeuw. Het principe van een technologisch aangepakte volkerenmoord vond zijn oorsprong in de Syrische woestijn", schrijft hij. Fisk ziet veel parallellen. Zo zei de Turkse minister van oorlog, Enver Pasha, indertijd dat de Armeniërs naar "een nieuw onderkomen" werden gestuurd, "zoals de nazi's later claimden dat de Joden in Europa oostwaarts werden gezonden voor "hervestiging". Armeense kerken werden in brand gestoken, net als de synagogen van nazi-Europa. Armeniërs stierven tijdens wat door de Turken "konvooien" werden genoemd, net zoals Joden in Europa "op transport" werden gesteld naar het concentratiekamp.
En dan was er de Duitse vice-consul in Erzurum, Max Erwin von Scheubner-Richter die getuige was van de massamoorden en er vijftien rapporten over naar Bonn stuurde. "In de laatste meldde hij dat, met uitzondering van een paar honderdduizend overlevenden, de Armeniërs in Turkije uitgeroeid (ausgerottet) waren. Hij beschreef de methodes die door de Turken werden gebruikt om hun plannen voor de genocide te verhullen, welke technieken werden gebruikt om de Armeniërs in de val te lokken, het inzetten van misdaadbendes, en verwees zelfs naar de Armeniërs als deze "Joden van het oosten" die zulke geslepen zakenlieden zijn", schrijft Fisk. Om toe te voegen: "Slechts vijf jaar later zou Scheubner-Richter Hitler ontmoeten en een van zijn belangrijkste adviseurs worden."
Hitler sprak in 1939 over "de uitroeiing van Armeniërs", en Churchill was de eerste die deze volkerenmoord een holocaust noemde, stelt Fisk. Hij citeert hem: "Er kan geen enkele twijfel over bestaan dat deze misdaad om politieke redenen werd gepland en uitgevoerd. De gelegenheid deed zich voor het Turkse grondgebied te zuiveren van een christelijk ras dat gekant was tegen alle Turkse ambities."
Fisk gebruikt veel historische gegevens die boven water zijn gehaald door een Armeense historicus, Vahakn Dadrian, wiens werk hij "uitzonderlijk goed onderbouwd" noemt. Dadrian ligt onder vuur van Turken die hem partijdig vinden.
"Maar hij spreekt Turks en gebruikt Turkse documenten uit het Ottomaanse Rijk", werpt Fisk door de telefoon fel tegen. "Alsof wij de Duitsers niet geloven als zij over de holocaust schrijven!"
In nieuw onderzoek concludeert Dadrian dat na het einde van de Eerste Wereldoorlog Turkije achttien maanden heeft gekend van bekentenissen en berouw. Turken schreven over wat zij de Armeniërs hadden aangedaan, en er werd over schadebetalingen gepraat. Enerzijds vond Dadrian bewijzen van het moedwillig vernietigen van bewijsmateriaal, anderzijds trof hij verslagen van senaatsvergaderingen waarin de massamoord werd besproken. Hij vond getuigenissen van ministers tegenover een speciale parlementscommissie over de belangrijke rol van de Jonge Turken van de Ittihad Partij daarbij, en telegrammen en bekentenissen van betrokken generaals. Militaire tribunalen veroordeelden en executeerden drie Turken wegens oorlogsmisdaden.
"Daarna wilden de Britten naar huis", zegt Fisk over de omslag na 1920. Waar de geallieerden samen met de Russen na 1945 de Duitsers nog lang in de gaten hielden, kwam daar in Turkije niets van door onderling geruzie van de westerse geallieerden. Kemal Atatürk gebruikte dat om aan de macht te komen.
"Wij in het Westen hebben er jarenlang aan meegewerkt dat Turkije kon blijven ontkennen", zegt Fisk, die zelf boze reacties van de Turkse overheid op zijn artikelen kreeg. Zijn boek verschijnt in november in Turkije. Ondanks de felle reacties en de processen in Turkije tegen schrijvers die breken met de ontkenning, maakt Fisk zich geen zorgen. "Ik ga daar lezingen geven, en hier zal ik zeker over spreken. De Turken moeten met hun verleden in het reine komen.'
Ook voor de Armeniërs heeft hij een advies: zij moeten een voorbeeld nemen aan de Joodse organisatie Jad Vasjem die burgers eert die destijds Joden hielpen. "Armeniërs moeten de namen van Turken verzamelen die Armeniërs redden. Zo kunnen ze laten zien dat ze niet tegen Turkije zijn. Dat maakt het makkelijker erover te praten."