Terug naar vorige pagina 

Trouw, 30 september 2006
Bron: Trouw

"Genocide is geen rekeningrijden"
Door Eildert Mulder

Mustafa Demir waarschuwde al in 2001 voor het nationalisme onder Turks-Nederlandse politici. Maar toen wilde niemand naar hem luisteren. "Als Nederland ten onder gaat zal dat niet zijn vanwege de stijgende zeespiegel of allochtonen maar door slecht bestuur." Mustafa Demir volgt met verbazing en herkenning volgt de verwikkelingen rondom de Turks Nederlandse politici Ayhan Tonca (CDA), Osman Elmaci (CDA) en Erdinc Sacan (PvdA).

Herkenning omdat hij vijf jaar geleden partijbonzen van de PvdA in zijn woonplaats Den Haag vergeefs probeerde wakker te schudden.

Verbazing omdat er in die vijf jaren bij de Nederlandse politieke partijen weinig is veranderd. Nog steeds blijken selectiecommissies slecht op hun taak berekend. En hij heeft nog steeds het gevoel dat partijen de echte problemen van jeugdwerkloosheid, discriminatie en criminaliteit niet aanpakken.

Het gesprek heeft plaats op een terras vlakbij de Schilderswijk, waar Demir opgroeide. Hij haalt Confucius aan: "Soms is het een groot geluk dat datgene wat je graag wilde, niet gebeurde." Demir werkt nu met plezier als rechtbanktolk. Zijn politieke ambities staan in de ijskast.

In 1998 probeerde hij met een eigen lijst in de gemeenteraad te komen. Zijn campagne voerde hij in theehuizen en moskeeën en hij kreeg achthonderd stemmen.

Vier jaar later deed hij met succes een gooi naar een plek op de PvdA-lijst. Omdat hij onder Turken bekendheid genoot en ook op Nederlandse voorkeurstemmen kon rekenen leek een zetel binnen bereik.

Demir had er zin in, wilde misstanden aanpakken, waarin hij in de ruim dertig jaar dat hij in Den Haag woont, weinig zag verbeteren. Destijds kregen veel migrantenkinderen automatisch het advies om naar de lagere technische school te gaan.

Het liep anders. Tot zijn ergernis zag hij dat op de lijst drie kandidaten staan uit de Turks nationalistische of religieuze hoek. Hun ideeën pasten volgens hem niet in de PvdA.

De partijleiding eiste bewijzen. De toenmalige integratiewethouder Pierre Heijnen, (PvdA, nu kandidaat voor de Tweede Kamer, destijds lijsttrekker in Den Haag) nam het op voor een omstreden kandidaat, wiens vader voorzitter was van de plaatselijke Turks Islamitische Stichting, een afdeling van de sterk nationalistische Grijze Wolven.

Volgens de partijleiding had de zoon afstand genomen van de ideeën van zijn vader. Maar diezelfde vader met zijn kennelijk verkeerde ideeën was wel doodgemoedereerd lid van de PvdA met stemrecht in de ledenvergadering. Niemand in de leiding vond dat een probleem.

Demir kreeg geen gehoor en trok zich als kandidaat-raadslid terug. In de jaren daarop zag hij hoe de Grijze Wolven, vroeger gemeden en uitgemaakt voor fascisten, aan respectabiliteit wonnen, onder meer door bezoekjes van premier Balkenende en minister De Geus aan hun hoofdkwartier aan de Schalk Burgerstraat in de migrantenwijk Transvaal.

Demir vertelde zijn verhaal destijds aan Trouw. Reisbureaus en winkels van nationalistische Turken verspreidden vervolgens prints van dat artikel om klanten tegen Demir te waarschuwen. Hij vermoedt dat hij dat vooral dankte aan een opmerking over de Armeniërs. Hij zei: "Als ik zou zeggen dat er een genocide heeft plaatsgehad tegen de Armeniërs dan zou ik gelden als Turks landverrader." De drie aspirant-parlementariërs zijn uitgerekend gestruikeld over de Armeense genocide , die ze ontkennen.

In grote lijnen kan Demir zich vinden in wat Nebahat Albayrak, nummer twee op de PvdA-lijst, tegen Trouw zei. Bayrak sprak van vele honderdduizenden slachtoffers en vreselijke misdaden tegen de Armeniërs maar wil wel nader onderzoek naar achtergronden en toedracht.

Hij is overigens weinig gelukkig met de motie van de ChristenUnie, die de Armeense genocide erkent: "Genocide is de zwaarste juridische kwalificatie. Deskundigen zijn er nog niet uit of die kwalificatie van toepassing is. De Kamer had niet zo stellig moeten oordelen. Maar feit is dat de Armeniërs uit Anatolië zijn weggevaagd. De Turken konden vermoeden dat deze deportatie op een catastrofe zou uitdraaien."

Met verbijstering las hij het eerste commentaar van CDA-voorzitter Maria Bijsterveld, die respect toonde voor de meningen van Tonca en Elmaci. Demir, boos: "Over kleinere onderwerpen kun je van mening verschillen. Maar een genocide is wat anders dan rekeningrijden."

Hij hekelt het CDA nog harder dan de PvdA: "Vier jaar Verdonks beleid steunen en dan komen opdraven met drie excuus-Turken!"

Er is wel een probleem, ook voor een goedwillende partij. Je wilt in je fractie een afspiegeling van de samenleving, maar hoe verhinder je dat er verkeerde figuren vanuit minderheden, waarmee je slecht bekend bent, je partij binnenkomen. Demir: "Hou vast aan je principes. Hanteer als basisregel dat iemand jouw beginselen onderschrijft. Vanuit dat uitgangspunt moet je mensen selecteren."

Hij vindt het treurig dat de Turkse gemeenschap de schuld van de affaire krijgt, terwijl in de eerste plaats de partijen blaam treft.

De Turkse gemeenschap in Nederland ligt structureel van twee kanten onder vuur, vanuit Nederland en vanuit Turkije. Demir merkt dat wanneer hij delegaties begeleidt, die Turkije bezoeken.

Demir: "Nederlanders zijn vaak bevooroordeeld. In Istanbul, een moderne stad, blijkt hun beeld van Turkije niet te kloppen. Dan vragen ze: "Waarom zijn Turken in Europa zo anders?" En krijgen ze van Turkse organisaties te horen dat Turken in Europa, grof gezegd, domme boeren uit Anatolië zijn, die geen goed beeld van Turkije geven. Turkije én Nederland beseffen niet dat die 350.000 Nederlandse Turken voor beide landen goud waard kunnen zijn, als je maar in hen investeert."

De kwestie kent voor Demir één held, een dominee in het tv-programma "Pauw en Witteman". Hij vertelde over een kerk, die in 1953 in Amsterdam werd gebouwd als dankbetuiging, omdat Amsterdam de oorlog ongeschonden overleefde.

Niemand begreep de zin van dit verhaal, totdat hij eraan herinnerde dat tienduizenden Joodse Amsterdammers de oorlog niet hadden overleefd. Hoezo was Amsterdam ongeschonden uit de strijd te voorschijn gekomen?

"Dit nu is een voorbeeld van collectieve verdringing", hield de preekheer zijn gehoor voor, onder wie Tonca. Demir: "Aan zo iemand zou ik graag mijn stem geven."