Terug naar vorige pagina 

Trouw, 30 maart 2007
Bron: Trouw

Armeens-Turkse relatie / Turkije verpest eigen toenaderingspogingen
Door Iris Ludeker

De opening van een gerestaureerde Armeense kerk in Turkije moest een teken van verzoening zijn. Het ontaardde in een robbertje bekvechten.

Het had zo'n mooie toenadering kunnen zijn: Turkse en Armeense hoogwaardigheidsbekleders die samen een gerestaureerde Armeense kerk openen op Turks grondgebied. Maar wat zich gisteren op het eilandje Akdamar in het Van-meer in Oost-Turkije afspeelde, was toch vooral een Turks feestje.

Turkse vlaggen en een portret van Atatürk fleurden de 10de-eeuwse kerk op. De openingsceremonie begon met het Turkse volkslied. En ondanks de aanwezigheid van een delegatie uit Armenië was de Armeense vlag in geen velden of wegen te bekennen.

Met het gehalte van de hoogwaardigheidsbekleders viel het bovendien ook niet mee. De Turken vaardigden hun minister van cultuur af, uit Armenië was een twintig-koppige delegatie gekomen met aan het hoofd een staatssecretaris.

Eigenlijk was het de bedoeling dat de Turkse premier Erdogan aanwezig zou zijn, en het hoofd van de Armeens-orthodoxe kerk, Catholicus Karekin II. De laatste bedankte echter voor de eer, waarop ook Erdogan maar thuis bleef.

Karekin wilde met zijn afzegging protesteren tegen de Turkse beslissing om de gerestaureerde kerk te veranderen in een museum. De openingsceremonie had gisteren een niet-religieus karakter. De Turken besloten bovendien om geen kruis op het dak van "het museum" te plaatsen.

De leider van de Turkse afdeling van de Armeens-orthodoxe kerk, patriarch Mesrob II, was wél aanwezig. Mesrob probeerde de sfeer te redden door de Turkse overheid te bedanken voor haar inspanningen. Maar ook hij verzocht om de kerk in ieder geval één keer per jaar als gebedsruimte te openen. "Als onze regering daarmee akkoord gaat, zal dat bijdragen aan de vrede tussen de twee gemeenschappen."

Al met al viel het Turkse promotiestuntje toch behoorlijk in het water. Terwijl de Turken juist 1,1 miljoen euro hadden geïnvesteerd in de restauratie om zo de relatie met Armenië te verbeteren. De buurlanden hebben al decennia een ijzige verhouding, en onderhouden geen diplomatieke banden.

Ook de grenzen zijn sinds 1993 gesloten, toen Armenië een oorlog uitvocht met Azerbeidzjan, bondgenoot van Turkije. De Armeense economie heeft daar flink onder geleden. Armenië liet dan ook weten dat het de restauratie verwelkomt, maar dat het openen van de grenzen een nog beter idee zou zijn. Dan hadden de Armeense delegatieleiders ook niet met een omweg naar Van hoeven gaan.

Grootste pijnpunt in de relatie tussen de landen is het feit dat Turkije ontkent dat er in 1915 een genocide heeft plaatsgevonden op de Armeense inwoners van het toenmalige Ottomaanse Rijk. Volgens Armenië kwamen daarbij 1,5 miljoen mensen om het leven. Dat de Turkse toenadering misschien niet helemaal oprecht was, blijkt wel uit het feit dat de opening van de kerk in eerste instantie gepland was voor 24 april. De dag dat de Armeense gemeenschap de genocide herdenkt.

Het kerkje is af, op naar de stad
De kerk op Akdamar is lang niet het enige Armeense monument in Turkije. In het uiterste oosten van het land ligt Ani, Armenië's hoofdstad in de tiende eeuw, met toen al 100.000 inwoners. Op het enorme terrein, precies op de grens met Armenië, staan tientallen resten van kerken en moskeeën. Ani is moeilijk te bereiken en ondanks de indrukwekkende locatie komt er geen hond naar de plaats toe. Tot woede van de Armeniërs hebben de Turkse autoriteiten de zaak er jaren laten verslonzen. Pas sinds kort staat het naast de kerk op Akdamar hoog op de Turkse restauratielijst.

Merkwaardig genoeg opende de Armeense overheid overigens recht tegenover Ani een steengroeve. Die verwoestte het landschap en tastte de rust in het gebied aan.