Terug naar vorige pagina
Trouw, 30 oktober 2007
Bron: Trouw
Erken genocide Armeniërs, niet juridisch wel politiek
Door Johannes Houwink ten Cate
Een juridische erkenning van de genocide door de Turken is niet haalbaar. Een politieke erkenning is wel mogelijk, maar makkelijk zal het niet zijn.
Turkije wil de genocide op de Armeniërs – die in 1915, in het Ottomaans-Turkse Rijk begon en twee jaar later eindigde – niet erkennen. De buitenlandcommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden doet dit wel. Ook de Nederlandse regering zou moeten inzien dat de Armeense genocide niet zozeer juridisch, maar wel politiek erkend moet worden.
Toen Wouter Bos zei deze erkenning aan de historici en de juristen over te willen laten, onderscheidde hij terecht drie verschillende dimensies: een historische, een juridische en een politieke dimensie.
De historische dimensie is glashelder. Honderden getuigen van Amerikaanse maar ook van Duitse kant hebben toen met eigen ogen gezien en verslag gedaan van de deportatie van de christelijke Armeense minderheid, die op instructie van de Jong-Turken in gang werd gezet. Honderdduizenden Armeense burgers werden letterlijk de woestijn in gestuurd en verdreven naar wat nu Syrië en Irak heet. Kleine groepen overlevenden arriveerden daar ook. De meesten stierven door honger.
De juridische dimensie is complexer. De term genocide dateert van 1948 en bestond in 1915 dus nog niet. De term etnische zuivering bestond in 1915 evenmin. Deze dateert van het begin van de jaren negentig.
Maar het staat vast dat de deportatie van de Armeniërs in de juridische termen van nu een genocide onder het mom van een etnische zuivering is geweest. De opzet van de Jong-Turkse regering was uitroeiing.
Er is echter geen rechtbank die zich in deze bevoegd beschouwt. Turkse instanties hebben de schuldigen niet voor de rechter gebracht. Nu is het te laat. Om dezelfde reden kan het nieuwe Internationale Strafhof hier niets aan doen. Het enig resterende oordeelsbevoegde orgaan is het Internationale Gerechtshof in Den Haag, dat onlangs ook uitspraak inzake de genocide in Srebrenica in 1995 deed. Het kan geen uitspraak doen in deze, tenzij Armenië of Turkije hierom vraagt dan wel er mee akkoord gaat.
Indien juridische erkenning niet kan is de politieke erkenning als genocide de enige mogelijkheid. Het is politieke erkenning of niets.
Turkije wil dat niet. Het is een belangrijk Navo-lid. Het wil lid worden van de Europese Unie, op eervolle wijze en goede condities. Het wil niet op dezelfde hoogte worden gesteld als Hitlers Nazi-Duitsland, de Hutu-regering in Rwanda, de Republika Srpska van Mladic en het Irak van Saddam Hoessein.
Wie zich deze historische voorbeelden van veroordeelde genocidale staten voor ogen houdt, realiseert zich hoe uitzonderlijk het is dat deze schuld erkennen. In de Bondsrepubliek en in Irak vond de erkenning van schuld plaats na een verpletterende militaire nederlaag, die het vroegere bewind volledig had gediscrediteerd. Door een bevrijde nieuwe elite die persoonlijk geen vuile handen had gemaakt, en er ook baat bij had tegemoet te komen aan de internationale druk de misdaden van voorgangers aan de kaak te stellen.
De Turkse regering van nu staat zeer veel sterker. Het heeft recentelijk geen oorlog verloren. Turkije is bevrijd door Atatürk in 1923. Deze had zich kunnen distantiëren van de Jong-Turkse erfenis maar heeft dat niet afdoende gedaan. Er zal dus zeer sterke internationale pressie nodig zijn, in een internationaal klimaat waarin dat niet past.
Johannes Houwink ten Cate is hoogleraar holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam.