Terug naar vorige pagina
Trouw, 28 september 2006
Bron: Trouw
Het ideaal van de zuivere natie
Van onze redactie religie & filosofie
Het ontkennen van de Armeense genocide is een lakmoesproef voor Turkse nationalisten. Maar dat heel Turkije er zo over denkt, zoals Osman Elmaci beweert, klopt niet. Het moet voor de drie Turkse kandidaat-kamerleden een koude douche zijn geweest, toen CDA en PvdA hen van de lijst afvoerden vanwege hun ideeën over de Armeense genocide.
Vooral de twee CDA'ers, Ayhan Tonca en Osman Elmaci, hadden weinig redenen om om gevaar te duchten. Het CDA geeft toe dat bij de sollicitatiegesprekken van Tonca en Elmaci de Armeense genocide nauwelijks aan de orde is geweest. "Het was destijds geen issue", aldus een woordvoerder.
Maar het probleem van de Armeense genocide van 1915 is dat die binnen de Turkse gemeenschap een chronisch issue is, een ontsteking die nu en dan vreselijk opspeelt, soms in heftigheid afneemt maar nooit verdwijnt. De Armeense genocide geldt voor Turkse nationalisten als een politieke lakmoesproef, die de loyaliteit aan de Turkse natie moet aantonen.
Turks nationalisme is niet zomaar een vorm van vaderlandsliefde maar gaat verder. Het is een soort nationaal veiligheidsconcept. Het ontstond begin vorige eeuw, ontwikkelde zich in de jaren twintig en dertig verder onder de legendarische vader des vaderlands Kemal Pasja Atatürk en nam later extreme vormen aan binnen de beweging van de Grijze Wolven en de bijbehorende MHP-partij. De kerngedachte van dat nationalisme is totale assimilatie en wordt samengevat in het motto van de krant Hürriyet: "Turkije is van de Turken."
Hürriyet is in 1896 opgericht, uitgerekend in een periode waarin er ook pogroms tegen de Armeniërs plaatshadden, net als in 1915 vooral in het oosten van Turkije.
Turkije zag er toen heel anders uit dan nu. Het was het hart van een imperium, het Ottomaanse Rijk, dat in verval was, maar nog steeds groter dan het huidige Turkije. De Balkan was verloren gegaan, maar het rijk omvatte nog wel grote delen van de Arabische wereld.
Ook de bevolkingssamenstelling van het gebied, dat nu het moderne Turkije vormt, was wezenlijk anders, etnisch en godsdienstig. Er was nog een zeer aanzienlijk christelijk element, dat vooral bestond uit Armeniërs en Grieken. In 1925 waren die beide groepen nagenoeg uit Klein-Azië verdwenen.
Begin twintigste eeuw begon de idee op te komen dat Turkije zoveel mogelijk een puur Turks land moest worden. De achtergrond was de afbrokkeling en dreigende ondergang van het Ottomaanse imperium.
Turkse nationalisten zagen in de diversiteit van de bevolking een gevaar voor het land. Ze beschuldigden Europese machten ervan dat ze de christelijke minderheden in het Ottomaanse Rijk gebruikten als een paard van Troje. Daarnaast luidde de beschuldiging aan het adres van de christelijke minderheden dat die zich maar al te graag lieten gebruiken door de westerse machten.
Tegen dat verwijt moesten ook de Armeniërs zich in 1915 verweren. Dat was in de eerste Wereldoorlog, waarin Turkije bondgenoot was van Duitsland en van alle kanten werd aangevallen.
De Turkse leiding beschuldigde de Armeniërs van landverraad. In hoeverre dat zo was is de vraag. In het oosten van Turkije waren veel Duitse, dus met Turkije bevriende diplomaten, die talloze telegrammen naar Berlijn stuurden over wat er met de Armeniërs gebeurde.
Ze zijn hartverscheurend, maar er staan ook opmerkelijke analyses in. Een diplomaat noemt de beschuldiging van landverraad een smoes en noemt als ware reden de assimilatiepolitiek, de idee dat Turkije alleen met een homogene bevolking zijn onafhankelijkheid kan bewaren. In zo'n Turkije is geen plaats voor Armeniërs.
Het idee van het etnisch en religieus homogene Turkije werkt door in Nederland.
Een mooi voorbeeld daarvan is de brief die een van de afgevoerde CDA-kandidaten, Osman Elmaci, in mei aan de Tweede Kamer schreef.
Die ging over het wetsvoorstel van de ChristenUnie, dat ontkenning van genocides strafbaar wilde stellen, waaronder de volkerenmoord op de Armeniërs.
Volgens Elmaci zijn er in Nederland driehonderdduizend Turken, die vrijwel allemaal de genocide tegen de Armeniërs ontkennen. Dat homogene, eendrachtige beeld van de Turkse gemeenschap klopt niet.
De Turkse gemeenschap in Nederland bestaat voor bijna de helft uit Koerden. Van de etnische Turken is een groot deel niet soennitisch islamitisch maar alevitisch. Onder Alevieten en Koerden zul je met weinig succes naar genocide-ontkenners zoeken, die vind je vooral onder soennitische Turken.
Wie zo weinig oog heeft voor de variatie in de eigen groep zal ook moeilijk een goede bijdrage kunnen leveren aan de integratie binnen de Nederlandse samenleving. Alleen al daarom kunnen een paar pittige vragen aan kandidaat-kamerleden over de Armeense genocide en ook het Koerdische probleem verhelderend zijn.
De Turkse gemeenschap kijkt gespannen toe welke lessen de politieke partijen uit dit laatste debacle zullen trekken. Onder alevieten binnen de PvdA klinkt al jaren gemor over de coulante manier, waarop die partij met felle Turkse nationalisten omgaat. En het CDA zal zich moeten beraden over de effecten van bezoekjes van bijvoorbeeld premier Balkenende aan de Grijze Wolven.