Terug naar vorige pagina 

Trouw, 28 april 1992
Bron: Trouw

De Armeense strijd tegen de ontkenning van de ontkenning
Van een onzer verslaggevers

AMSTERDAM - Armenië door de tranen heen. Onder deze noemer vindt in verschillende steden een twee weken durende manifestatie plaats waarin de Armeense geschiedenis en cultuur centraal staan.

Concerten, lezingen, filmvoorstellingen, een fototentoonstelling en een symposium moeten een licht werpen op de cultuur van het Armeense volk, dat voor de helft in de sinds kort onafhankelijke republiek Armenië woont en voor de helft in de diaspora, waaronder Nederland.

De opening in het Amsterdamse Paradiso, afgelopen vrijdag, viel samen met de herdenking van de deportaties en de moord op de Armeniërs tussen 1915 en 1917 door de regering van de Jonge Turken, die tot de dood van de helft van de Armeense bevolking in Turkije leidde.

Op 24 april 1915 vond met de deportatie van de Armeense intellectuelen in Istanbul het startsein plaats van de eerste volkenmoord van deze eeuw. De jaren 1915-1917 maken deel uit van het collectief geheugen van de Armeniërs.

De Armeense culturele stichting Ararat en het comite van aanbeveling van de manifestatie, waarin onder anderen burgemeester Van Thijn van Amsterdam, de voorzitter van de Raad van kerken, professor Mulder en professor Lou de Jong, wijzen op de band tussen de Armeense herdenkingsdag en de Nederlandse op 4 mei. Sprekers namens het Amsterdamse gemeentebestuur en rabbijn Soetendorp wezen op het belang van het herdenken en onderwijzen van de genocide van 1915.

Professor Mulder, die de Nederlandse Armeniërs "goed geintegreerde en positieve medeburgers" noemde, maakte bekend dat sinds kort besprekingen worden gevoerd over de toetreding van de Armeense kerk tot de Raad van kerken.

Richard Hovannisian, hoogleraar aan de universiteit van Californie en auteur van verschillende standaardwerken over de Armeense geschiedenis van deze eeuw, sprak over de zin van het herdenken. "Sommigen zeggen wel eens: moet je als Christen niet vergeten en vergeven? Vergeten is onmogelijk. Niet alleen ter nagedachtenis van de slachtoffers, maar ook ter voorkoming van eventuele toekomstige volkenmoorden. Voor het vergeven is erkenning en spijt nodig, zoals zelfs Jezus zei. De Turkse regering heeft het land, de eigendommen en de culturele monumenten van de Armeniërs overgenomen, zonder de volkenmoord ooit te hebben erkend. De Turkse regering zou het voorbeeld van de Duitse regering ten aanzien van de Joden moeten opvolgen", aldus Hovannisian, die met instemming Milan Kundera's woorden over "de strijd van het geheugen tegen het vergeten" citeert.

Een erkenning door Turkije kan de Armeniërs van het complex bevrijden dat ze niet worden geloofd en dat ze steeds opnieuw moeten bewijzen wat al lang bewezen is, zegt Hovannisian. "Ik heb de afgelopen vijftien jaar de helft van mijn tijd aan het ontkennen van de ontkenning besteed. Het verhindert ons creatieve zaken aan te pakken. Onze geschiedenis is meer dan de genocide."

Volgens de hoogleraar, wiens zoon Raffi Hovannisian sinds enkele maanden minister van buitenlandse zaken van de Armeense republiek is, zou een erkenning van de geschiedenis ook in Turkije's eigen belang zijn. "Zij zouden hun verleden eerlijker onder ogen kunnen zien en de miljoenen dollars die ze jaarlijks aan het ontkennen uitgeven zinvoller kunnen besteden."

Maar optimistisch is Hovannisian niet. Onder Turkse historici ontwaart hij niemand die zich aan een onbevooroordeeld onderzoek waagt. En de Armeense regering, die na het uiteenvallen van de Sowjet-Unie relaties met Turkije wil aanknopen, kan het zich niet veroorloven de zaak hoog op de agenda te plaatsen.

De avond in Paradiso werd besloten met een optreden van het Volksmuziekensemble van het conservatorium uit de Armeense hoofdstad Jerevan, waarbij vooral de alt shevi Ararat Petrosian in haar serene vertolking van Armeense liederen schitterde.