Terug naar vorige pagina
Trouw, 27 september 2006
Bron: Trouw
Massamoord "zonder opzet"?
Door Jelle Brandt Corstius
De ChristenUnie wil het ontkennen van genocides verbieden. Maar veel Turks-Nederlandse politici twijfelen aan de Armeense genocide van 1915. Het geschiedkundige debat over die massamoord laat zien hoe lastig het is om genocide te bewijzen. Ook als het duidelijk is dat er één heeft plaatsgevonden. De Turkse ambassade in Den Haag en het Armeense ministerie van buitenlandse zaken in de hoofdstad Jerevan hebben één overeenkomst: het stapeltje boeken bij de ingang. Bel de Turkse ambassade voor een vraaggesprek over de Armeense genocide , vlieg naar Jerevan voor de jaarlijkse herdenking van deze genocide , en ze zullen je bij aankomst een stapel geschiedenisboeken overhandigen.
In het geval van de Turkse ambassade zullen het "objectieve", maar toevallig Turkse historici zijn. In het geval van de Armeniërs zullen het "wetenschappelijke historische publicaties" zijn, toevallig geschreven door Armeniërs.
Over een ding zijn Turken en Armeniërs het eens: er heeft een tragedie plaatsgevonden. Op 24 april 1915 besloot de regering van het Ottomaanse Rijk, de voorloper van het moderne Turkije, om grote groepen Armeniërs te deporteren. Tijdens de deportatie vonden velen de dood.
Maar was het ook een genocide ? Het geschiedkundige debat daarover spitst zich grofweg toe op drie punten. Ten eerste de reden voor de deportatie. De Turken wijzen erop dat de chaos van de Eerste Wereldoorlog wel tot maatregelen dwong. Zij vreesden dat de in het oosten van Turkije wonende Armeniërs zich af zouden splitsen en de kant van Rusland zouden kiezen. De Armeniërs wijzen er echter op dat de deportaties niet alleen plaatsvonden in het oosten, maar ook in gebieden waar geen dreiging was, zoals Istanbul.
Ten tweede het aantal doden. Turkse en Armeense schattingen lopen uit elkaar van 200.000 tot 2 miljoen doden. Dit heeft vooral te maken met onduidelijke gegevens over het aantal Armeniërs van voor de massamoorden van 1915.
Ten slotte: Was er sprake van opzet? Dat is een cruciaal punt; genocide werd in de genocide conventie van 1948 gedefinieerd als: "Daden uitgevoerd met de intentie om, geheel of gedeeltelijk, een etnische, raciale of religieuze groep uit te roeien."
Het officiële standpunt van de Turkse regering luidt dat er geen bevel is gegeven tot genocide , maar tot evacuatie, in de context van wederzijdse agressie tussen Turken en Armeniërs. Het geweld kwam niet alleen van Turkse zijde.
Volgens de Turkse versie was de oorlog voor de Armeniërs aanleiding om een eigen republiek uit te roepen. Ze deserteerden massaal uit het leger en keerden zich tegen de Turken. Bovendien kregen zij steun van de vijand, het Russische leger. In zo'n situatie moest de Turkse regering wel optreden.
In een interview dat ik zes jaar geleden met een woordvoerder van de Turkse ambassade hield, gaf hij het volgende voorbeeld: "Stel dat Nederland oorlog voert met België. En België steunt de Friezen, die onafhankelijk willen worden. Dan grijp je toch zeker ook in? Dan verplaats je die Friezen toch naar het zuiden van het land? Dat er tijdens die verplaatsing veel doden zijn gevallen, betreur ik. Maar het gaat hier niet om systematische moorden, maar een sterfte door honger en slechte omstandigheden. Om diezelfde reden zijn ook meer dan een miljoen Turken omgekomen."
Inderdaad maakten sommige Armeense mannen tijdens de Eerste Wereldoorlog deel uit van pro-Russische milities, en vormden ze dus een gevaar voor de staat. Maar niet alleen volwassen Armeense mannen, ook ouderen, vrouwen en kinderen werden gedeporteerd.
Om aan te tonen dat de moorden wel degelijk uitmaakten van een vooropgezet plan, worden vaak twee bronnen aangevoerd. Die zijn echter niet onomstreden.
Een van die bronnen is het document dat wel de "tien geboden" wordt genoemd. De tien geboden zouden zijn opgesteld tijdens de een geheim congres van Ottomaanse politici. Het congres heeft waarschijnlijk aan het begin van de Eerste Wereldoorlog plaatsgevonden. In dit document staat het systematisch uitroeien van Armeniërs centraal.
In de geboden worden moslims onder andere opgeroepen tot het provoceren van massamoorden in de provincies Van, Erzurum en Adana, waar al enige animositeit tussen moslims en Armeniërs heerste. Verder moesten alle Armeense mannen onder 50 jaar moeten worden gedood.
De Britse geheime dienst, die er het predikaat "ten commandments" aan gaf, verkreeg het document van Ahmed Essad, die tijdens het congres dienstdeed als secretaris. Er zijn echter grote twijfels over de authenticiteit van het document. Het is pas in 1919 verkregen. Essad zou dus genoeg tijd hebben gehad om een vervalsing te kunnen maken. Essad had een goede motivatie om zo'n document te vervalsen: het zou kunnen leiden tot strafvermindering.
Bovendien is dit de enige getuigenis van dit congres, waar behalve Essad niet meer dan zes mensen aanwezig waren.
De deportaties vonden systematisch en op grote schaal plaats. Maar wie organiseerde ze, en voerde ze uit? En, misschien nog belangrijker: wie was verantwoordelijk voor de moorden, verkrachtingen en martelingen tijdens de deportaties? De zogenoemde Naim-Andonian-documenten, die voornamelijk bestaan uit telegrammen van de toenmalige Ottomaanse minister van binnenlandse zaken Talat Pasja aan provinciale bestuurders, bieden een antwoord op die vragen.
Het materiaal, genoemd naar de twee mannen die de documenten hadden opgespeurd in 1921, bestaat uit twee brieven en 50 gecodeerde telegrammen, voornamelijk geschreven door Talat Pasja. In de telegrammen schrijft hij onder meer dat de Armeniërs buiten de wet staan, wat de weg vrijmaakt voor complete vernietiging of voor maximale decimatie van de bevolking. Ook schrijft hij in een telegram dat hij bang is dat Amerikaanse en andere waarnemers de ware intentie van de deportaties ontdekken.
Zijn de Naim-Andonian-documenten een vervalsing of zijn zij op miraculeuze wijze ontsnapt aan de archiefvernietigingen aan het eind van de oorlog? De eerste mogelijkheid lijkt het meest plausibel. Turkse historici achten het onmogelijk dat zulke vertrouwelijke informatie drie jaar lang bewaard zou zijn zonder te worden vernietigd.
Talat zelf heeft er aanzienlijk meer werk van gemaakt om valse telegrammen over de deportaties wereldkundig te maken. In deze telegrammen, die op de Duitse en Oostenrijkse ambassades werden verspreid, heeft Talat het over "deportaties", "het beschermen van konvooien" en het uitdelen van "brood en olijven" onder de Armeniërs.
Uit de reacties van de ambassades op deze telegrammen blijkt dat ze er geen letter van geloofden. De Duitse ambassadeur Metternich noemt Talat een "Doppelspieler", iemand die met twee tongen spreekt.
Ondanks uitgebreid historisch onderzoek staan de Naim-Andonian-documenten nog steeds als onbetrouwbaar bekend. Turkse historici noemen het complete vervalsingen. De Nederlandse turkoloog Erik Zürcher noemt het "waarschijnlijk vervalsingen". Anderen pleiten voor meer kritisch onderzoek naar deze en andere controversiële documenten. Zij wijzen er bovendien op dat ook de talloze ooggetuigenverslagen een belangrijk bewijs kunnen vormen dat de massamoorden plaatsvonden op instigatie van de overheid.
Want hoewel aan de authenticiteit van de "tien geboden" valt te twijfelen, is er geen twijfel dat de plannen die erin beschreven staan wel zijn uitgevoerd. Historici beschikken over vele getuigenissen die dat bevestigen. Bijvoorbeeld van de Amerikaanse ambassadeur Morgenthau, die in zijn dagboek schrijft dat op een gegeven moment zo veel lijken van dode Armeniërs in de rivier de Eufraat werden gedumpt, dat de rivier op een bepaalde plaats van loop veranderde.
Er zijn talloze verhalen van Armeniërs die overleden in de woestijn, gedeporteerd uit Oost-Turkije, vrouwen en kinderen, zestienhonderd kilometer te voet onderweg naar het Syrische Deir-ez Zor, zonder water of fatsoenlijke kleding.
Een Nederlandse Armeniër vertelde mij het volgende verhaal over de eerste vrouw van zijn opa: "Iedereen in haar dorp hadden ze afgemaakt, zij, de mooiste vrouw van het dorp, mocht blijven leven om de soldaten te vermaken. Enkele dagen later heeft ze zelfmoord gepleegd, samen met haar twee kinderen. Haar kinderen in een put gegooid. Zelf sprong ze er achteraan."
Dat de Armeniërs met opzet zijn uitgeroeid, zal misschien wel nooit bewezen worden. Maar dan blijft toch de vraag: als je iemand dwingt zestienhonderd kilometer door de woestijn te lopen, heb je dan de intentie die persoon in leven te laten?