Terug naar vorige pagina
Trouw, 25 april 2001
Bron: Trouw
"Ontkenning is het ergst"
Door Eildert Mulder
ASSEN - Er is de afgelopen dagen heel wat Turkse drukinkt aan gewijd, maar de onthulling van het gedenkteken voor de Armeense genocide van 1915, op de begraafplaats De Boskamp in Assen, verloopt rustig.
Een paar honderd Armeniërs zijn naar de Drentse hoofdstad gekomen en bedelven het 'sochtends vroeg opgerichte monument onder bloemen. Ook de Armeense gemeenschap van het nabijgelegen Westerbork heeft een krans gelegd. In geen velden of wegen is er een verontwaardigde Turkse nationalist te bekennen, al heeft vandaag de Turkse krant Hürriyet nog flink uitgehaald en in twee artikelen "weerlegd" dat Turkije in de Eerste Wereldoorlog een volkerenmoord pleegde op Armeniërs.
Het monument bevindt zich al ruim een jaar in Nederland, vorig jaar werd het ingezegend in de Armeense kerk in Almelo. Het is gemaakt in Armenië, van tufsteen. Er staat een kruis op afgebeeld en Jezus. Juridische procedures hebben de plaatsing vertraagd. De gemeente Assen eiste een afzwakking van de tekst. Eerst stond er: "Voor de omgekomen Armeniërs in de jaren 1910 tot 1920". Assen, dat er in de Turkse pers geducht van langs krijgt, wilde niet een zo duidelijke verwijzing naar de moordpartijen in 1915. Daarom staat er nu: "Ter herdenking van onze voorouders 1910-1920". Het maakt weinig verschil, want geen Turk of Armeniër gelooft dat de tekst enkel verwijst naar de voorouders van Nicolai Romashuk, de initiatiefnemer voor het monument. In de aula leest Nicolai wel de namen van zijn familieleden voor, een voor een, allemaal omgekomen in dat fatale jaar 1915. Maar het is glashelder dat hij daarmee ook alle andere omgekomen Armeniërs eert.
Romashuk is in Jeruzalem opgegroeid en woont sinds 1976 in Nederland. Hij werkt in Assen als conciërge op een school. Zijn foto prijkt vandaag voorop het Europese katern van de Hürriyet, die al ruim een jaar consequent schrijft over het "monument van de haat" en probeert af te dingen op wat er 86 jaar geleden is gebeurd. Van de noodlottige deportaties van Armeniërs naar Syrië bestaat geen nauwkeurige boekhouding, er kunnen daarom minder exacte cijfers genoemd worden dan bij de Holocaust. Maar de persoonlijke familiegeschiedenissen, die alle aanwezigen hier in Assen kunnen vertellen, blijven er even krachtig om.
Uit alle hoeken van Nederland, Duitsland en België zijn ze gekomen. In Assen zelf wonen zo'n tweehonderd Armeniërs, grotere concentraties zijn er in Twente en Amsterdam.
Petrosjan woont sinds acht jaar in Amsterdam. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw. Hij komt uit de republiek Armenië, maar zijn voorouders komen uit "westelijk Armenië", het gebied in het oosten van Turkije waaruit de christelijke Armeniërs in massale voetmarsen werden gedeporteerd, omdat ze zouden hebben samengewerkt met de Russische vijand. Zijn roots liggen in de stad Mus. "Ik ga er zeker nog eens heen als toerist", zegt hij. "Als ik tv-beelden uit het oosten van Turkije zie krijg ik kippevel. Onze huizen staan er gewoon nog. Van de kerken hebben ze het kruis afgehaald en er moskeeën van gemaakt. Maar de kruisen in de vensters hebben ze niet verwijderd, daaraan herken je de Armeense huizen".
Hayganas Cordikoglu laat zich door haar kleindochter in een rolstoel naar het monument rijden. Maar de laatste meters wil ze zelf lopen. Ze krijgt een applaus als ze haar bloemen neerlegt. Zij herdenkt haar moeder, broers en zussen, die ze bijna allemaal verloor in 1915. Zelf was ze twee jaar oud toen de ramp zich voltrok. Ze leeft nog doordat haar opa een invloedrijk man was en van de Turkse autoriteiten toestemming kreeg een aantal familieleden uit de marscolonne te halen. Opa en oma hebben Hayganas opgevoed. Met het rijke leven van voor 1915 was het gedaan, ze mochten onderduiken in een vreemd dorp, maar daar moest opa, die een comfortabel leven gewend was, keihard werken als molenaar. Hun juwelen raakten ze kwijt.
Later vestigden ze zich in Istanbul, in 1976 kwam ze naar Nederland. "Weet je wat het ergste voor haar is?", vraagt haar kleindochter. "Al die ontkenningen door Turkije. Die vindt ze verschrikkelijk. Ze is daardoor nog steeds niet toegekomen aan rouwen".