Terug naar vorige pagina
Trouw, 25 april 2000
Bron: Trouw
Armeniërs zegenen alvast de steen der conflicten
Door Eildert Mulder
ALMELO - Hij heet Robert, is 24 en werkt in een groothandel voor kantoorartikelen. Tot zijn vijftiende woonde hij in de Oost-Turkse stad Diyarbakir. Hij had een Turkse naam en vertelde niemand dat hij een Armeniër was.
Totdat hij zijn geheim toevertrouwde aan zijn beste vriend, een Turkse klasgenoot. De gevolgen waren vreselijk, vooral nadat hij hem ook nog de verhalen had verteld van zijn grootmoeder over de volkerenmoord van 1915. De vriendschap overleefde Roberts openheid niet. Het verhaal ging rondzoemen in Diyarbakir. Het leverde Robert slaag op en bedreigingen. Reden om zich te voegen bij de duizenden volksgenoten, die al eerder de wijk hadden genomen naar Nederland.
Het is een van de vele verhalen die er deze paasmaandag zijn te horen in en rondom de Armeense kerk in Almelo, voorlopig nog gevestigd in een afgedankt schoolgebouw. Iedereen bewaart in zijn of haar hoofd overgeleverde verhalen over de genocide, en herinneringen aan het eigen bestaan in Turkije, waarin de Armeense identiteit alleen binnenshuis geen taboe was.
Vorige maand was de kerk in Almelo in het nieuws door een vechtpartij. Maar vandaag heerst er eensgezindheid. De patriarch van Jeruzalem is helemaal naar de Twentse stad gekomen om een steen uit de Armeense bergen in te zegenen. Armeniërs uit heel Nederland en ook Duitsland wonen de plechtigheid bij.
Het markeert een nieuwe fase in een conflict tussen Turken en Armeniërs in Nederland, waarin b. en w. van Assen bekneld is geraakt. De steen, waarin een kruis is gehouwen, wil een in Assen wonende Armeniër op de begraafplaats "De Boskamp" neerzetten, ter ere van zijn vermoorde familieleden. Eerst had het gemeentebestuur geen bezwaar, maar na druk van Turkse zijde stelde het de vergunning uit. Hij ligt eerst vier weken ter inzage. Daardoor was het onmogelijk om de steen te plaatsen op 24 april, de gedenkdag van de genocide van 1915, die aan vele honderdduizenden mensen het leven zou kosten. En daarom hebben de Armeniërs de steen nu op die datum laten zegenen.
Op 24 april 1915 fusilleerden de Turken vijftienhonderd leden van de Armeense elite. De beschuldiging luidde dat ze geheuld hadden met de vijanden van het Osmaanse Rijk, dat in de Eerste Wereldoorlog de zijde van de Duitsers had gekozen. Het vermeende landverraad had de legerleiding er eerder niet van weerhouden Armeense soldaten aan het front in de voorhoede op te stellen.
De Armeense gemeenschap was in een klap stuurloos. Vervolgens deporteerden de Turken de overgebleven Armeniërs, vooral bejaarden, vrouwen en kinderen. In lange dagmarsen trokken ze vanuit het oosten van Turkije naar Syrië. Tallozen kwamen om, door ontberingen maar ook door overvallen.
De opkomst in Almelo is 85 jaar later zo massaal dat lang niet iedereen de plechtigheid kan volgen. Tot de aanwezigen behoren de ambassadeur van Armenië en vijf Armeense parlementariërs. Mensen leggen bloemen bij het monument in wording, waarop nog geen tekst staat. Aan de muur hangen foto's van de genocide. Turkije heeft de genocide nooit erkend, en reageert gebeten als andere landen dat wel doen. Ook de 'kwestie Assen' haalde de Turkse voorpagina's.
De Armeniërs in Almelo mopperen over een programma op een Turkse tv-zender, dat de Turkse visie weergaf. "De Turken kunnen beweren wat ze willen", zegt een van de aanwezigen. "Maar wij hebben de verhalen van onze grootmoeders, en die pakt niemand ons af".