Terug naar vorige pagina 

Trouw, 22 september 2000
Bron: Trouw

"Elke dag, elke minuut voel ik de pijn"
Redactie binnenland

"Onze voorouders hebben op schrift gesteld dat wij verraders zijn, en dat de hele wereld ons moet vervloeken als wij vergeten wat hen door de Turken is aangedaan."

Nicolai Romashuk (47) zal het nóóit vergeten. Elke dag, elke minuut, denkt hij aan de verschrikkingen, zegt hij. En: "Mijn jeugd is erdoor verwoest."

Zijn oma behoorde tot de gedeporteerde Armeniërs. Ze kwam terecht in Jeruzalem, in een Armeens klooster. "Dat klooster had veel grotten, waarin de vluchtelingen waren ondergebracht. In zo'n grot ben ik geboren. Toen ik een jaar was, moest mijn moeder naar een inrichting. Ze was ziek geworden van al die op elkaar gepakte mensen, van al dat leed. Mijn oma heeft me grootgebracht. Pas toen ik tien, twaalf jaar was, kregen we een gewone kamer."

Romashuk kwam in 1976 naar Nederland. "Ik was vrijwel de enige Armeniër hier in het noorden. Maar de laatste vijf jaar zijn steeds meer Armeense vluchtelingen in deze omgeving komen wonen. Ik hoorde hoe ook hun families zijn afgeslacht. Al langer liep ik rond met het idee voor een gedenksteen, zoals je die ook hebt in België, Duitsland, Frankrijk, Amerika. Nu ik niet meer alleen stond, dacht ik dat mijn plan een goede kans zou maken. Een politieke opdracht uit Armenië, zoals de Turken denken, was mijn initiatief beslist niet. Maar de Armeense regering waardeert wel wat ik doe."

Zodra hij toestemming had van de gemeente, gaf hij in Armenië opdracht een kruis van steen uit de Armeense bergen te laten maken. "Ik wilde een steen uit mijn vaderland." De steen, volgens Romashuk "echt een pronkstuk", ligt nu opgeslagen, in afwachting van wat de gemeente straks zal beslissen.

"De kaarten zijn in feite al geschud. De burgemeester moet rechtvaardig zijn en niet zwichten voor de Turkse druk. Maar desnoods ga ik naar de bestuursrechter."

Hij wilde het de gemeente niet moeilijk maken, zegt hij. "Daarom heb ik toegezegd dat ik de tekst op de steen zal veranderen. In plaats van "Voor de Armeense slachtoffers die omgekomen zijn tijdens de genocide in 1915", komt er te staan "Ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920." Romashuk wil bij de steen jaarlijks een herdenking houden.

"Ik had veel moeite met de tekstwijziging. Het is echt een schande dat de Turken blijven ontkennen dat er sprake was van genocide. Ooggetuigenverslagen laten daarover geen twijfel bestaan. Maar ik wilde geen olie op het vuur gooien. En ik heb nog steeds de hoop dat de Turken eens zullen toegeven dat dit is gebeurd. Dan laat ik alsnog de eerste tekst op de steen zetten."