Terug naar vorige pagina
Trouw, 13 oktober 2000
Bron: Trouw
Turkse beerput mag niet open
Door Erdal Balci
De woede in Turkije duurt voort. De resolutie die door de commissie van buitenlandse betrekkingen van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is aangenomen over de Armeniërs, lijkt voor een breuk te zullen zorgen tussen Turkije en de Verenigde Staten.
De commissie riep president Clinton op te verklaren dat de "systematische en opzettelijke vernietiging" van honderdduizenden Armeniërs in de periode 1915-1923 volkerenmoord was door de Turken van het Ottomaanse Rijk. Na deze resolutie heeft Turkije de energie-opdrachten ter waarde van 11 miljard dollar, die aan Amerikaanse bedrijven uitgegeven zouden worden, voorlopig stopgezet.
Eerder had Turkije een afgesproken bezoek van chef staf generaal Huseyin Kivrikoglu aan de VS geannuleerd en dreigde de Turkse premier Ecevit om het Amerikaanse gebruik van de Turkse basis Incirlik te verbieden. Mits de resolutie door het voltallige Huis van Afgevaardigden wordt aangenomen. Vanuit de basis Incirlik voert de Amerikaanse luchtmacht patrouillevluchten uit boven Irak.
Turkije lijkt alles op het spel te willen zetten voor deze kwestie. De Verenigde Staten zijn immers de beste bondgenoot van Turkije. Militair gezien is het land afhankelijk van de wapens die de VS leveren. Ook politiek loopt Turkije al decennia lang hand in hand met Amerika. De grootste steun voor de toetreding van Turkije in de Europese Unie krijgt Turkije dan ook van de VS.
Waarom is deze Armeense kwestie zo belangrijk voor Turkije dat het zo veel op het spel zet? De Turken willen ten eerste niet te boek staan als een volk dat genocide heeft gepleegd. De angst voor eventuele schadevergoedingen en Armeense aanspraken om land zorgt er ook voor dat de Armeense kwestie en de gebeurtenissen tussen 1915 en 1923 een heikel punt is in Turkije.
"Hebben we iets te verbergen?" Dat vroeg Turkse journalist Mehmet Ali Birand zich vorige week af in zijn column. Hij is een van de weinigen die voorzichtig een ander standpunt probeert in te nemen, en af te wijken van de officiële lezing van de regering. Birand schreef: "We zijn opgegroeid met de informatie dat de Armeniërs onschuldige Turken hadden afgemaakt in Oost-Turkije. De laatste jaren is dit regeringsstandpunt veranderd in: "Aan beide kanten zijn er veel slachtoffers gevallen". En altijd werd er gezegd dat de Ottomaanse archieven voor iedereen toegankelijk zijn. Maar ik merk nu dat niet iedereen die informatie mag inzien. Mensen met afwijkende meningen wordt de toegang door bureaucratische belemmeringen onmogelijk gemaakt."
De laatste tijd zijn de meeste Turken het erover eens dat in de periode van de Eerste Wereldoorlog en de vijf jaar daarna veel Armeniërs – toentertijd een minderheid in Oost-Anatolië – slachtoffer zijn geworden. De christelijke Armeniërs, die zich wilden afscheiden van de Ottomanen, kregen hulp van de Russen en namen het op tegen het Ottomaanse Rijk. Het Rijk, dat toen in de handen was gevallen van extreem-nationalistische Enver Pasja en diens geestverwanten, kende geen genade voor de Armeniërs, die "verraad" pleegden, en de autoriteiten gaven bevel tot ontruiming van het gebied. Alle Armeniërs moesten gedwongen de regio uit. Ze moesten naar het zuidoosten.
Volgens de Armeniërs zijn er toen wel twee miljoen slachtoffers gevallen. Turken zeggen dat het niet meer dan driehonderdduizend Armeniërs betrof. De officiële Turkse lezing is ook dat er ook veel Turken gedood zijn tijdens de onlusten. Een andere Turkse theorie is dat de meeste Armeniërs het slachtoffer waren van Koerdische veldheren die de Armeniërs op weg naar het zuidoosten zijn tegengekomen. Deze Koerden kenden, wellicht opgehistst door de Turkse generaals, geen genade met de Armeense christenen.
Gulay Gokturk, bekend om haar onafhankelijke stukken in een Turks dagblad, zegt dat het voor beide kanten geen zin heeft om deze bloedwraak voort te zetten. "Bloedwraak is een typische verschijnsel dat voorkomt binnen feodale bevolkingsgroepen. Het belang van het individu is dan ondergeschikt aan het belang van de grote groep. De onlusten van toen waren het werk van extreem-rechtse maffia-achtige types. Dit soort mensen zorgen in Turkije nog steeds voor grote problemen. Waarom zou ik me verantwoordelijk voelen voor de daden van deze mensen. De Turkse regering zou zich ook niet verantwoordelijk moeten voelen", zegt Gokturk.
De Turkse regering is echter een andere mening toegedaan. De minister van energiezaken Cumhur Ersumer heeft gisteren de nieuwe Amerikaanse ambassaseur in zijn land, Robert Pearson, ontvangen en hem laten weten dat de Amerikaanse bedrijven voorlopig kunnen fluiten naar de mega-energieprojecten in Turkije.